| April, een maand midden de lente, het seizoen der buien (maartse buien) en de grillen (aprilse grillen). Koude buien die zelden grote neerslaghoeveelheden veroorzaken. Vroege warmteonweders worden echter vanaf nu eveneens mogelijk, maar komen niet uit dezelfde richting als de koude buien. Ze kunnen wel plots voor wateroverlast zorgen. 9-10/4 ligt gemiddeld midden de grilligste periode van april. April kenmerkt zich door opborrelende bewolking met daartussen helblauwe hemels, klare nachten waardoor afkoeling tot verraderlijke vorst (gevreesd door de fruittelers) en mist kunnen optreden, late winterse naweeën, sneeuw, hagel en onweer. Van 11 tot 20/4 wordt het dan schraal weer bij ons. |
Gemiddelde maximumtemperatuur: Deze bedraagt 10 °C tot 13 °C in het begin en 12 °C tot 15 °C halfweg de maand of de eigenlijke start van de voelbare temperatuursstijging. Al eens een 21° C vanaf dan is reeds normaal. Laagste maxima: In de Ardennen zijn nog steeds winterdagen mogelijk. Maximumtemperatuur op de hoogten -1 °C, -2 °C (St.-Hubert -2,2°C op 11/4/86). Overal in het land kan nog een maximumtemperatuur van nauwelijk 0,5 °C voorkomen, zelfs aan de kust. In de tweede helft van de maand klimmen alle maxima minstens boven de 5 °C, tenzij een zeer koud "ongeval" zoals in Mont Rigi op 24/4/76 nog een O °C als maximumtemperatuur voorkomt. Hoogste maxima: Maxima van 21°C tot 25°C de eerste helft kan overal. De tweede helft van april kunnen temperaturen van 26 °C tot 30°C voorkomen (Kl. Brogel 21/4/68: 30,2 °C, Mont Rigi die dag 25,8 °C). De gemiddelde minimumtemperaturen: 2 °C, 3 ° C in het begin, 4 °C en 5 °C in de tweede maandhelft voor de Kust, Laag- en Midden-België. In de Kempen, gans de maand nog 2 °C, 3 °C en in de Ardennen O ° C in het begin tot 2 °C in de tweede helft van de maand. Laagste minima (kans op vorst eerste helft van april = 25%): Kust, Laag- en Midden-België :- 3 °C, - 5 °C 1ste helft; -2°-3° tweede helft Kempen: eerst helft - 5 C°, - 10 °C, tweede helft - 4 °C, - 6 °C; Ardennen: -6 °C, -8 °C tot de 20ste, laatste decade -5 °C, -6 °C; Belg. Lotharingen: -6 °C, -8 °C eerste helft, tweede helft -4 °C; Langste vorstperiode (Ukkel): 3 tot 13/4/68, elke ochtend -1 °C, -2° C in thermometerhut, behalve de 5e + 0,8°C en de 10e + 0,2°C. Minimumtemperaturen op het gras: Bij stille klare nachten en aanwezigheid van polaire lucht, soms nog zeer ernstige vorst op het gras. Kl. Brogel 8/4/68: -13,7 °C; Florennes 12/4/68: -11,4 °C; 29/4/76: -13,3 °C; Hoogste minima in de lucht: Overal 9 °C, 12 °C kan de eerste helft reeds en 11°C tot 13°C in de tweede helft is ook reeds voorgekomen. Lage relatieve vochtigheid: Wil je de laagstmogelijke vochtigheid kennen, ga dan de waarnemingen na maart tot mei op het ogenblik van de maximumtemperaturen (14-15h). Vooral april is gekend voor zijn schrale perioden. De opwarming door de zon van polaire lucht (die van oorsprong slechts weinig vocht kan bevatten) zorgt voor deze zeer lage relatieve vochtigheid. In de namiddag kan het RV % soms dalen tot 25%, zelfs 15%. Waarden als 10 en 12% zijn reeds voorgekomen. .
Sneeuw:
|
![]() |
|
tabel maximumtemp. tabel minimumtemp.
|
De ene april is de andere niet Het kan zowel uitdraaien op een zeer natte als op een uitzonderlijke droge maand. Het kan reeds zomers zonnig worden of uitzonderlijk somber. In 1903 noteerde Ukkel 130 L/m² neerslag terwijl het in april '76 slechts 10 L/m² regende. De zon scheen in deze lentemaand 1893 255uur (219 uur in 1984) en amper 67 uur in april 1970. Op 25/4/57 viel 75 L/m² op één dag in de Forges. Een onweer in april 1940 gaf 40 tot 50 L/m² neerslag in het Antwerpse. Rukwinden: Gemiddeld komen er 5-6 dagen voor met rukwinden boven de 50 km/uur. Eén dag gemiddeld kan een rukwind boven de 70 km/uur erbij zijn. Een max.: 115 km/uur in Melsbroek, april '94. . |
|
| Markante feiten |
| L. Landuyt |