| GRAFIEK ZON | GRAFIEK NEERSLAG | GRAFIEK TEMPERATUUR |
| Het is nu volop herfst, tenzij, De langste zomers van deze eeuw hielden het vol tot 18-20 oktober. Dat was in 1921 en in '59. De zomer van '76 liet het reeds vanaf 1 september afweten. Maar, na welke zomer ook, een fraai nazomerke kan nog in deze maand. |
Het Sint-Theresia's nazomerke rond half oktober is
ons wel bekend. Jammer genoeg krijgen we dat niet elk jaar. Het
oktoberbeeld is eerder: vallende bladeren, glibberige wegen, mist
tijdens nachtelijke stille perioden, kans op vorst op het gras
en in de lucht. Ook de kans op sneeuw stijgt. De maximumtemperaturen
krijgen minder en minder hulp van de zon.
Let op voor verkoudheden |
| Gemiddelde maxima oktober Gemiddelde minima oktober |
|
Op het gras matige tot strenge vorst mogelijk
In de gemiddelde cijfers van de minimumtemperaturen in de lucht is er nog geen negatief getal te bespeuren, zelfs niet op de Ardense Hoogten. Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier over gemiddelden, want de reële minima van elke ochtend kunnen van dag tot dag tussen 2-6°C onder nul tot 13-14°C boven nul schommelen. Het gemiddeld verschil tussen het begin en het einde van de maand is aan de Kust zo'n 2.5 tot 3.5°C. Tijdens zachte nachten in de eerste week van oktober liggen de minima rond 14.5°C op de Ardense Hoogten tot 16°C elders in het land. In de laatste week van de maand is dat dan tussen 8°C op de Ardense Hoogten tot 11-13°C (Kusten en Westen) elders in het land. In Zaventem tekende men een nachtminimum op van 16.5°C te Zaventem op 4 oktober '83 en van 16.8°C op 3 oktober '85 en 15 oktober '90. Kijken we naar de minima in koude nachten, dan constateren we duidelijk vorstgevaar voor het binnenland (in de lucht!). Matige vorst, d.i. onder de -5°C, kan zelfs voorkomen op het einde van de maand. In de Kempen is dat zelfs al het geval na de tiende oktober. Aan zee is kan eerste vorst voorkomen vanaf de tweede decade (een decade is een periode van 10 dagen).
Een -4°C aan de Kust tot een -8°C in de
Kempen naar het einde van de oktober maand toe, is mogelijk, maar
blijft uitzonderlijk. Op het gras gaat dat reeds van matige naar
mogelijks strenge vorst. Enkele cijfers: -9.0°C op 8 oktober
'74, -11.5°C te Kleine Brogel op 30 oktober '83 en -8.5°C
op 24 oktober '83 te Sint-Truiden. Atlantische depressies en storingen Voor 24 oktober viel er nog geen sneeuw in de Westhoek, Oostende en Brugge. Op 8 oktober 1904 viel er wel al sneeuw te Leopoldsburg, Brussel en Doornik. Tijdens regen- en hagelbuien te Antwerpen en Gent op 17 oktober 1973 vielen er eveneens sneeuwvlokjes uit de lucht. Op 22 oktober 1905 waren er te Bastenaken plaatsen waar de sneeuw 13 cm dik lag. In het jaar '39, meer bepaald op 25 oktober sneeuwde het te Ukkel en op 29 oktober 1950 lag een sneeuwtapijt van 6 cm dik te Spa en Saint-Hubert. We verzeilen nu snel naar de maanden van het jaar, waarin het Azorenhogedrukgebied zich terugtrekt en de baan vrij maakt voor Atlantische depressies en storingen. Maar, de ene maand oktober is de andere niet. We illustreren dit men een aantal sprekende cijfers. Te Ukkel bijv. viel er 227 liter neerslag per m² in 1932, terwijl dat maar 5.2 liter was in 1975. Zowel in 1921 als in 1959 bleven we tot na half oktober verstoken van regen. Ter herinnering: normaal moet er 71 liter per m² uit de lucht vallen. Op één dag regende het te Bevekom op 7 oktober '82 hard: in totaal gaf dat 119 liter per m². Dat is nog geen rekord. Te Bütgenbach, in de nacht van 27 op 28 oktober 1935, regende het heel hard: 165 liter per m². Ook wat het aantal uren zonneschijn betreft zijn de verschillen tussen de jaren vaak groot. In oktober '65 scheen de zon 220 u, maar in oktober '74 slechts 55 uur. Normaal ligt die waarde voor oktober op 113 uur. De gemiddelde maximumtemperatuur van oktober '21 bedroeg 19.7°C en van oktober 1905 slechts 9.1°C (normale waarde: 14.3°C).
Ook de gemiddelde minima kunnen ver uit elkaar liggen:
10.3°C in 1995 en 3.2°C in 1922, met als referentie
de normale waarde van 7.2°C. Het zijn vooral de eventuele herfststormen nu die de rukwinden veroorzaken. Plaatselijke onweders zijn echter nog niet uitgesloten. Zo veroorzaakte nachtelijk onweer op 24-25 oktober 1984 veel schade in Vlaanderen. Op 17 oktober '67 noteerde men een windsnelheid 147 km per uur en in Antwerpen van 108 km/u. In vijf oktober op tien komt er minstens één dag voor waarin het harder waait dan 75 km/u. | ||||||||||||
| Markante feiten in oktober |
| L. Landuyt |