![]()
|
Standaard van PiétrainrasHaarkleed: bont, bezaaid met zwarte onregelmatige vlekken, soms een rosse tint in de haren;Kop: relatief licht, kort, recht, soms lichtjes afgeplat. De wangen zijn weinig ontwikkeld; Oren: klein, rechtopstaand naar voren gericht; Hals: kort en licht; Borst: breed, cylindrisch en niet diep; Schouders: uitspringend en sterk bespierd; Schoft: breed en plat; Rug: voldoende lang, lichtjes bolstaand, breed met een smalle mediane gleuf welke afgebakend wordt door de beide sterk ontwikkelde rugspieren; Lenden: sterk bespierd; Buik: weinig ontwikkeld, goed gedragen. De onder- en bovenlijn zijn ongeveer evenwijdig; Kruis: breed, middelmatig lang. Een lichte uitholling is waarneembaar boven de staartinplanting; Staart: middelmatig fijn, laag ingeplant; Ham: sterk en diep uitgebouwd, gevuld, breed en bolvormig; Benen: relatief kort, fijn, maar sterk met droge gewrichten. De hoeven goed gesloten en gelijke klauwen; Standen: correct, de gangen zijn vlot en zuiver. Tepels: regelmatig verdeeld, goed ontwikkeld, minstens 2 x 6. Bron: BEVA, foto's: Varkensstamboek W.-VL. |
![]() |
| Terug naar rassenoverzicht |