2. PIETRAIN

Het Piétrainras dient verder ontwikkeld te worden als een sterk bevleesd ras. Een dagelijkse groei van 700 g/dag met een mager vleespercentage van 65% dient nagestreefd te worden alsook een productiegetal van minstens 16 biggen per zeug per jaar. Vooral de geschiktheid van het Piétrainras voor de productie van vleesvarkens in combinatie met zeugen van andere rassen zal het voorwerp uitmaken van de selectie.

Standaard van Piétrainras

Haarkleed: bont, bezaaid met zwarte onregelmatige vlekken, soms een rosse tint in de haren;
Kop: relatief licht, kort, recht, soms lichtjes afgeplat. De wangen zijn weinig ontwikkeld;
Oren: klein, rechtopstaand naar voren gericht;
Hals: kort en licht;
Borst: breed, cylindrisch en niet diep;
Schouders: uitspringend en sterk bespierd;
Schoft: breed en plat;
Rug: voldoende lang, lichtjes bolstaand, breed met een smalle mediane gleuf welke afgebakend wordt door de beide sterk ontwikkelde rugspieren;
Lenden: sterk bespierd;
Buik: weinig ontwikkeld, goed gedragen. De onder- en bovenlijn zijn ongeveer evenwijdig;
Kruis: breed, middelmatig lang. Een lichte uitholling is waarneembaar boven de staartinplanting;
Staart: middelmatig fijn, laag ingeplant;
Ham: sterk en diep uitgebouwd, gevuld, breed en bolvormig;
Benen: relatief kort, fijn, maar sterk met droge gewrichten. De hoeven goed gesloten en gelijke klauwen;
Standen: correct, de gangen zijn vlot en zuiver.
Tepels: regelmatig verdeeld, goed ontwikkeld, minstens 2 x 6.

Bron: BEVA, foto's: Varkensstamboek W.-VL.



Terug naar rassenoverzicht