1. BELGISCH LANDRAS

Met het Belgisch Landras (BL) wordt beoogd een varkensras te fokken met goede vruchtbaarheid en waarvan het gemiddeld percentage mager vlees bij de vleesvarkens 60% bedraagt, met een groei van 800 g/dag, een laag voederverbruik en een productiegetal van minstens 18 biggen per zeug per jaar. Bovendien wordt een betere combinatie-geschiktheid met andere rassen nagestreefd, zowel bij de productie van F1-fokproducten als F1-vleesvarkens.

Standaard van het Belgisch Landras

Haarkleed:éénkleurig wit;
Gestalte:groot;
Kop: middelmatig lang, droog, voldoende breed,
regelmatig aangezet;
Oren: hangend, naar voor gericht;
Hals: middelmatig lang, mager en goed
aangehecht aan de borst;
Borst: breed en middelmatig diep;
Schouder: breed, goed bevleesd en gesloten;
Schoft: plat, middelmatig breed;
Rug: voldoende lang, breed en horizontaal;
Lenden: breed, lang, goed gespierd en aangesloten;
Buik: matig gevuld, stevig opgehangen;
Kruis: lang, breed, plat tot licht hellend;
Staart: laag ingeplant en goed ontwikkeld;
Ham: breed, goed ingevuld, diep uitgebouwd,
mager en goed bespierd;
Beenderstel: licht, maar sterk;
Standen: correct en beweeglijke gang, hoeven normaal
gesloten en gelijke klauwen;
Tepels: regelmatig verdeeld, goed ontwikkeld, minstens 2 x 6.
Bron: BEVA, foto's: Varkensstamboek W.-VL.


Terug naar rassenoverzicht