|
Standaard van het Belgisch LandrasHaarkleed:éénkleurig wit;Gestalte:groot; Kop: middelmatig lang, droog, voldoende breed, regelmatig aangezet; Oren: hangend, naar voor gericht; Hals: middelmatig lang, mager en goed aangehecht aan de borst; Borst: breed en middelmatig diep; Schouder: breed, goed bevleesd en gesloten; Schoft: plat, middelmatig breed; Rug: voldoende lang, breed en horizontaal; Lenden: breed, lang, goed gespierd en aangesloten; Buik: matig gevuld, stevig opgehangen; Kruis: lang, breed, plat tot licht hellend; Staart: laag ingeplant en goed ontwikkeld; Ham: breed, goed ingevuld, diep uitgebouwd, mager en goed bespierd; Beenderstel: licht, maar sterk; Standen: correct en beweeglijke gang, hoeven normaal gesloten en gelijke klauwen; Tepels: regelmatig verdeeld, goed ontwikkeld, minstens 2 x 6. Bron: BEVA, foto's: Varkensstamboek W.-VL. |
![]() |
| Terug naar rassenoverzicht |