|
Algemeen gesteld gaat men bij de vetoplosbare vitamines (A,
D, E, K) eerder problemen hebben met overmaat in de voeding, aangezien
deze vitamines zich opstapelen in het lichaamsvet. De wateroplosbare
vitamines (C, B-complex, K, ...) zullen eerder ter sprake komen
bij tekorten. Problematische overmaat hiervan komt minder voor. Voorlopig enkele voorbeelden. Vitamine E is hierboven al bij selenium vernoemd. Vitamine A is evenzeer belangrijk in immuniteit : bij gebrek kan men vroege sterfte en lage eiproductie krijgen.
Vitamine D3 speelt een belangrijke rol in de vorming
en het onderhoud van het beendergestel en de vorming van de eischaal.
Voor verschillende andere diersoorten is reeds aangetoond dat
het vooral een intermediair product van vitamine D3 is
dat de eigenlijke ondersteuning voor het beendergestel uitmaakt,
namelijk 1,25-dihydroxycholecalciferol. |