Ooit waren wetenschappers er van overtuigd dat dieren een soort
van machines waren waar voeder in verdween opdat er een product
zou uitkomen. Ondertussen groeit het besef dat voeding voor productiedieren
niet alleen een functie heeft als vervuller van een primaire behoefte.
De voeding als brandstofDe functie van voeding als de brandstof die maakt dat een struisvogel produceert, reproduceert en blijft leven is vrij vanzelfsprekend. Het ligt echter minder voor de hand op welke manier voeding inspeelt op de noden van de struisvogel.Wanneer de term "efficiëntie" ter sprake komt, moet daarbij onmiddellijk vermeld worden op welk niveau die efficiëntie dan wel bekeken wordt. Als het doel er in bestaat de voederefficiëntie te maximaliseren, wordt bijvoorbeeld geprobeerd om met zo weinig mogelijk voeder zo goed mogelijk te produceren.. De economische efficiëntie bekijkt wat de investeringen en kosten zijn vergeleken met de opbrengst van de struisvogels en hun producten. Deze twee begrippen vallen niet altijd met elkaar te rijmen. Het kan bijvoorbeeld economisch interessanter zijn om struisvogels te voederen met minder kwalitatief voeder dat minder product per dier oplevert, maar waardoor de winst kan vergroten. Kortom, efficiënt produceren betekent niet noodzakelijk dat er zoveel mogelijk moet geproduceerd worden. De winst groeit evengoed door de input te verlagen of de kwaliteit te verhogen.
Voeding bestaat niet alleen uit bouwstenen, maar is tevens een handig middel te komen tot gezonde en productieve dieren. Er zijn tal van voorbeelden hoe de voedingswijze een aanzienlijk impact heeft op de fysiologie van dieren. Zeugen, ooien en koeien worden voor de ovulatie vaak "geflusht", wat wil zeggen dat gedurende een korte periode een energierijk rantsoen wordt aangeboden. Hierdoor vermeerdert het aantallen eicellen dat tot bevruchting kan komen. Een ander voorbeeld dat ook bij struisvogels uitgetest wordt is het voorzien van vitamine E en selenium om een aantal metabole aandoeningen te voorkomen. |