Agris logo

Melkquotareglementering campagne 1998-1999

De Minister van Landbouw deelt mee dat de reglementering betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten voor de campagne 1998-1999 gewijzigd werd. Het koninklijk besluit van 27 maart 1998 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1996 is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 1 april 1998.

Het is nuttig de aandacht te vestigen op volgende punten:

1. Tijdelijke overdracht (leasing)

Voor de overnemers:
De totale hoeveelheid quotum die een producent kan overnemen op basis van een overeenkomst voor tijdelijke overdracht is beperkt tot 10.000 liters. Evenwel, indien de begunstigde van de leasing een definitieve overdracht (mobiliteit) heeft gedaan met ingang van 1 april 1999, kan hij met dezelfde overlater een leasing aangaan voor maximaal de definitief overgelaten hoeveelheid. De twee hoeveelheden zijn niet cumuleerbaar.
Voor de overlaters:
Een producent mag de quota tijdelijk overdragen voor dewelke hij, als overlater en tijdens hetzelfde tijdvlak, een aanvraag heeft ingediend, ofwel voor definitieve vrijmaking via het Quotumfonds, ofwel voor grondgebonden overdracht (via mobiliteit). In dit laatste geval, kan het quotum alleen tijdelijk worden overgelaten aan de producent-overnemer aan wie het quotum definitief zal worden overgedragen.
In geval een producent geen aanvraag voor definitieve vrijmaking heeft ingediend van een quotum via het Quotumfonds, of een aanvraag voor overdracht via mobiliteit, is de totale hoeveelheid die hij kan overlaten op basis van overeenkomsten voor tijdelijke overdracht (leasing) beperkt tot 10.000 liters, behalve in geval van overmacht.
De leasingformulieren zijn te bekomen bij de provinciale bureaus van het bestuur voor Landbouwproductiebeheer (DG3) van het Ministerie van Landbouw. De limietdatum voor het indienen van de aanvragen is 30 november 1998 (postdatum bepalend).

2. Definitieve overdracht

2.1 Mobiliteit
a) De belangrijkste wijziging op het vlak van de mobiliteit is de afschaffing van de mogelijkheid tot overdracht voor bloedverwanten in de tweede graad.
Dit heeft implicaties op verschillende vlakken:
- de overdracht aan een andere producent van een melkbedrijf dat in de campagne 1996-1997 of later werd overgenomen, kan, binnen de 5 jaar na overname voor de mobiliteit van de volgende campagnes, slechts gebeuren in eerste graad;
- overdrachten in cumul kunnen enkel gebeuren in geval van verwantschap in eerste graad;
- wanneer de overnemer een groepering is van meerdere natuurlijke personen, moeten zij onderling allemaal verwant zijn in de eerste graad;
- wanneer de overnemer een landbouwvennootschap is met meerdere vennoot-beheerders, moeten zij onderling allemaal verwant zijn in de eerste graad.

De voorwaarden voor verwantschap bij overdracht in cumul worden evenwel als vervuld beschouwd indien de producent-overnemer een groepering van natuurlijke personen is, bestaande uit 2 echtgenoten, of uit broers en/of zusters, en de producent overlater ofwel een natuurlijke persoon is, ofwel een groepering van natuurlijke personen, bestaande uit 2 echtgenoten, en bloedverwant is in 1ste graad met één van de natuurlijke personen die deel uitmaken van de producent-overnemer. In eenvoudiger bewoordingen: indien de producent-overnemer een echtpaar is, kan de verwantschap met één van beide partners in overweging genomen worden. De groepering van twee broers kan dus eveneens in cumul een quotum overnemen dat afkomstig is van hun vader.

b) In bepaalde gevallen is de overdracht van quotum in cumul tussen bloed- of aanverwanten in de eerste graad toegelaten buiten de 30 km-zone. De gronden die bij de overdracht betrokken zijn moeten echter gedurende minstens 9 jaar uitgebaat blijven, de NIS-code verandert niet en het moet quotum betreffen waarover de overlater reeds beschikte tijdens de campagne 1991-1992. Derhalve moeten de betreffende gronden, die dus gesitueerd zijn in de oorspronkelijke 30 km-zone van de overlater, gedurende minstens 9 jaar uitgebaat blijven.

c) Wanneer een bedrijf, waarvan de gronden reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een aanvraag tot overdracht na 1 april 1996, wordt overgenomen door een andere producent, moet deze laatste voor het geheel van de gronden eveens dezelfde verplichtingen naleven als zijn overlater gedurende een nieuwe periode van 9 jaar. Met andere woorden: de verplichtingen van de 9 jaar geldt dus eveneens voor de gronden die na 1 april 1996 in cumul werden overgedragen.

d) De afname voor de reserve bedraagt 90 % van het over te dragen quotum dat verbonden is aan gronden die niet gelegen zijn binnen de 30 km-zone waar de melkinstallatie en/of stal van een productie-eenheid van de overnemer zich bevinden.

e) Om te kunnen overlaten, moet de producent-overlater die een nieuwe melkinstallatie en /of stal voor melkkoeien heeft gebouwd, dit gedaan hebben op een grond die gedurende de laatste 3 tijdvakken op continue wijze heeft deel uitgemaakt van het bedrijf.

f) Buiten verantwoordingsdocumenten voor de overdracht van de gronden (pachtovereenkomsten, enz.) mogen enkel de kaarten voor de oppervlakteaangifte van de overlater en die betrekking hebben op het jaar voorafgaand aan het lopende tijdvak gebruikt worden om de percelen aan te geven die worden overgedragen in het kader van de mobliliteit.

Aanvragen moeten aangetekend verstuurd worden naar de bevoegde provinciale bureau van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Landbouw (Bureau bevoegd in hoofde van de overnemer). De aanvraagformulieren kunnen eveneens bekomen worden bij de provinciale bureaus.

Voor het indienen van de aanvragen moeten volgende limietdata gerespecteerd worden (postdatum bepalend):
- 30-11-1998 voor de aanvragen van overdracht door samenvoeging van quota (cumul) - 31-12-1998 voor de aanvragen van overdracht zonder samenvoeging van quota (eerste installatie: overname of oprichting van een bedrijf).

2.2 Quotumfonds
Wat het Quotumfonds betreft, is er geen echte verandering.
De enige wijziging bestaat erin, met het oog op de controle van de oppervlakte, dat de vroegere code 20 (maïs) werd vervangen door de codes 201 (silomaïs) en 202 (korrelmaïs).
De berekeningswijze van de verschuldigde vergoeding aan de overlaters werd behouden. Deze is vastgesteld op 15 BEF per liter, vermeerderd of verminderd in functie van het referentievetgehalte, à rato van 0,7 BEF per gram vet boven of onder de 37 gram.
De aandacht wordt speciaal gevestigd op het feit dat de potentiële overnemers de regels goed moeten volgen. De identificatie van de betreffende producent is primordiaal, evenals de datum waarop de aanvraag wordt ingediend (aangetekend, postdatum bepalend).

Zeer belangrijk zijn tevens volgende opmerkingen:
a) De producent-overnemer moet, ingeval hij daartoe door het Bestuur DG 3 wordt verzocht, de nodige bewijsstukken leveren van zijn hoedanigheid als landbouwer in hoofdberoep (gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar van de herverdeling of, ingeval van beginnende activiteit, gedurende heel de duur van het burgerlijk jaar dat volgt). Indien de producent-overnemer in gebreke blijft deze bewijsstukken te leveren, kan het aan hem herverdeelde quotum achteraf worden toegevoegd aan de nationale reserve (zonder terugbetaling van het bedrag dat gestort werd voor de aankoop van dit quotum).

b) Alleen voor overnemers die tijdens de lopende campagne geen oppervlakteaangifte deden: door de oppervlakteaangifte van het volgende burgerlijk jaar, moet de producent-overnemer de verklaring op erewoord van dit jaar bevestigen, waarin hij verklaart vóór herverdeling niet te beschikken over een totaal quotum voor leveringen en rechtstreekse verkopen van meer dan 20.000 l per hectare voedergewassen. Bij ontstentenis van deze bevestiging vanwege de producentovernemer, kan het aan hem herverdeelde quotum achteraf worden toegevoegd aan de nationale reserve (zonder terugbetaling van het bedrag dat gestort werd voor de aankoop van dit quotum).

c) Een gerechtelijke procedure zal worden ingesteld tegen en op kosten van de overnemer die hun verbintenis niet nakomen om het aan hen via het Quotumfonds herverdeelde quotum leveringen te betalen, binnen een termijn van 10 werkdagen volgend op de datum van mededeling van het resultaat van de herverdeling.

Aanvragen moeten gestuurd worden naar het volgende adres: Ministerie van Middenstand en Landbouw, Bestuur voor het landbouwproductiebeheer (DG 3), Dienst Melk, WTC 3 - 7de verdieping, Simon Bolivarlaan 30, 1000 BRUSSEL. De formulieren zullen ter beschikking zijn bij de provinciale bureaus.

Te respecteren data voor het indienen van de aanvragen (postdatum bepalend):
- tussen 1 oktober 1998 en 30 november 1998, voor de aanvragen als overnemer;
- overlaters zullen tussen 1 april 1998 en 30 november 1998 hun aanvragen kunnen indienen.

3. Definitieve osmose
De aanvraag kan tot ten laatste 31 juli 1998 ingediend worden.
Deze datum is bijzonder belangrijk voor producenten die over een quotum rechtstreeks verkopen beschikken dat zij na omzetting naar quotum leveringen willen vrijmaken via het Quotumfonds.

4. Recht en franchise
Ter herinnering wordt de aandacht opnieuw gevestigd op het feit dat producenten waarvoor wordt vastgesteld dat de leveringen en/ of rechtstreekse verkopen die werden meegedeeld aan het Ministerie van Landbouw onjuist waren of niet op reglemetaire wijze werden meegedeeld, het recht verliezen op vrijstelling, en dit zowel voor de rechtstreekse verkopen als voor de leveringen.

Bijkomend informatie kan steeds bekomen worden bij de provinciale bureaus van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3) van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.

Terug

Bron: Ministerie van Landbouw (7/4/98)