Procedures voor hondsdolheid en BSE worden opnieuw bekeken

In antwoord het eerder deze week gemelde bericht dat het karkas van het besmette dier niet zou verbrandt zijn maar wel verwerkt tot diermeel, lichtte minister Pinxten toe, "dat dit enkel kon gebeuren doordat op het moment van de verwerking tot diermeel nog niet bekend was dat het om een BSE-geval ging en de geldende procedure voor dieren die verdacht worden van hondsdolheid werd gevolgd". Doch na uitgevoerd onderzoek naar de bestemming van het besmette diermeel, blijkt het niet in veevoeders bestemd voor herkauwers is terechtgekomen. Het scenario dat in juli werd opgesteld ten behoeve van de Veterinaire Diensten van het ministerie van Landbouw wordt opnieuw grondig bekeken. "De ervaring met het eerste BSE-geval toont tevens aan dat het hanteren van verschillende procedures voor BSE enerzijds en voor hondsdolheid anderzijds, aan de basis lag van het vernietigen en verwerken tot diermeel van een met BSE besmet dier. Dit is uiteraard niet doelstelling die beoogt wordt", gaf de minister toe. "Om dit in de toekomst te voorkomen werd op 30 oktober beslist om bij elke verdenking van aandoeningen van het centraal zenuwstelsel, met inbegrip van hondsdolheid en BSE, het kadaver systematisch te verbranden na een afzonderlijke verwerking bij Rendac te Denderleeuw."

Bron : E-krant - 14/11/97 -


Terug