BSE-koe blijkt een sporadisch geval te zijn

"Uit de epidemiologische onderzoeken, die na de definitieve bevestiging van de besmetting van de koe met BSE uitgevoerd werden, blijkt dat het om een sporadisch geval zou gaan," aldus minster Pinxten. Tot deze conclusie wordt gekomen nadat de uitslagen van het epidemiologisch onderzoek naar de vertikale besmetting, ttz via de moeder, en de besmetting van het veevoeder beiden negatief bleken te zijn.
Vermits de moeder van het besmette dier na de geboorte ervan nog twee jaar verder leefde en nogmaals kalfde, zijn er geen duidelijke elementen die op vandaag de hypothese van vertikale besmetting kunnen bevestigen.
Uit het gedetailleerde onderzoek naar besmetting via diervoerder dat teruggaat tot 1987, blijkt dat er geen diermeel werd gebruikt in de voeding van het dier. Uit de analyses naar kunstmelk die in de periode '89 tot '92 op het bedrijf werd gebruikt, blijkt dat deze geen diermeel bevatten, maar wel eiwitten die afkomstig waren van varkens. Wel zou één preparaat derivaten van rundercollageen bevat hebben. "Maar deze worden niet als risicomateriaal voor het veroorzaken van BSE beschouwd" licht minister Pinxten nog toe.

Bron : E-krant - 14/11/97 -


Terug