Tussen eerste vaststelling BSE en definitief bewijs

Anderhalve maand geleden, we schrijven 17 september, bood men een Waals vrouwelijk rund aan in een slachthuis in de provincie Luik. Het dier vertoonde symptomen van stoornissen van het centraal zenuwstelsel (verlamming). Men keurde de karkas daarom af en voerde het af naar het vilbeluik in Denderleeuw. Behalve de kop; die stuurde men op naar het Pasteurinstituut . Daar onderzochten de medewerkers of er geen sprake was van hondsdolheid. Dat bleek niet het geval te zijn. Vervolgens zond men op 22 september stalen naar het Centrum voor Onderzoek in de Diergeneeskunde en de Agrochemie, kortweg CODA, te Ukkel, waar men testte op een mogelijke BSE-infectie. De analyses - drie in totaal - zijn zeer tijdrovend en nemen minstens drie weken in beslag. Op 24 oktober meldde het CODA dat het mogelijks om BSE ging, maar dat de definitieve bevestiging moest komen van het Europees referentielabo te Weybridge in Groot-Brittannië. Vandaag rondde men ook dit onderzoek af (in tegenwoordigheid van Belgische experts) en om 12.06 uur precies deelde men het resultaat mee: het bewuste rund had BSE.

Bron : E-krant - 31/10/97 -


Terug