Lichtschema's bij leghennen verbeteren het bedrijfsresultaat op vele terreinen

Ir. Johan Zoons, Provinciale Dienst voor Land- en Tuinbouw, Provincie Antwerpen


In het afgelopen jaar is bij de leghennen op het Proefbedrijf voor de Veehouderij van de Provinciale Dienst voor Land- en Tuinbouw van Antwerpen onderzocht hoe de toepassing van licht-schema's en watersturing elkaar beïnvloeden. In deze mededeling zal het aspect van de lichtschema's besproken worden terwijl in een volgende mededeling zal ingegaan worden op de watersturing.

INLEIDING

Naast het klassieke "step-up" lichtschema van ca. 16 uur licht gevolgd door ca. 8 uur duisternis per 24 uur, worden er ver-schillende schema's qua lichtduur gebruikt. Sommige lichtschema's zijn gebaseerd op een etmaal van 24 uur, terwijl andere uitgaan van een etmaal van meer of minder dan 24 uur.
Binnen de lichtschema's op basis van een etmaal van 24 uur zijn er weer twee klassen, namelijk biomittente lichtschema's en intermitterende lichtschema's. Een biomittent lichtschema respecteert de volledige donkerpe-riode van het klassieke lichtschema, maar tijdens de subjectieve lichtperiode krijgen de kippen slechts 15 minuten licht per uur. Met deze methode hebben de dieren nog altijd een besef van het begin van een etmaal. Dit lichtschema wordt meestal toegepast na de piekproductie en geeft volgens de meeste literatuurbronnen dezelfde eiproductie als het klassieke "step-up" lichtschema, maar een lagere voeropname (tot 5 %).
Een intermitterend lichtschema respecteert de volledige don-kerperiode in het klassieke lichtschema niet meer. De dieren krijgen een opeenvolging van één periode licht van 1 à 2 uur gevolgd door één periode donker van 1 à 3 uur. Met deze methode hebben de dieren geen besef meer van het begin van een etmaal. Dit schema heeft meestal tot gevolg dat er minder eieren worden gelegd, maar de eieren zijn zodanig veel zwaarder dat de eimas-sa toch gelijk blijft in vergelijking met het "step-up" lichtschema. De voeropname blijft evenwel gelijk terwijl de schalen dikker zijn.
In Reading (Engeland) is een nieuw lichtschema uitgetest, namelijk 24 maal (15 minuten licht gevolgd door 45 minuten donker) per etmaal, waarin zowel de voordelen van het biomittent lichtschema als de intermitterende lichtschema's gecombineerd worden. Vergeleken met een bio-mittent lichtschema zou het legpercentage lager zijn, maar de eieren zwaarder zodat dezelfde eimassa geproduceerd wordt, terwijl de schalen dikker zijn en er een lichte afname van het voerverbruik is.
In vergelijking met het klassieke "step-up" lichtschema zou bij het "Reading" lichtschema het legpercentage lager zijn (ca. 2%) maar het eigewicht zwaarder (ca. 2%) en de totale eimassa hetzelfde. De voeropname zou ca. 5% lager liggen, de eischalen zouden dikker zijn en de uitval waar-schijnlijk lager. De ei- en schaalkwaliteit heeft men omwille van financiële redenen niet kunnen onderzoeken.
In het kader van ei- en schaalkwaliteit hebben wij het nuttig gevonden om dit Engels schema verder te onderzoeken in de praktijk. Want een dikkere schaal zal wellicht de kans op kneus en breuk verkleinen.

MATERIAAL EN METHODE

13.440 kippen (ISA-brown) werden verdeeld over twee stallen die elk twee afdelingen hebben die onafhankelijk van elkaar te sturen zijn qua verlichting en klimaat. In elke stal werd in een afdel-ing het "step-up" schema toegepast en in de andere afdeling het "Reading" schema.

Figuur 1. Toegepaste daglengtes Tabel 1. Technische resultaten over de periode van 18 tot 75 weken Als het getal p kleiner is dan 0,05 is het verschil significant.
In elke afdeling zijn 2 waterschema's toegepast vanaf een leeftijd van 18 weken: de ene groep kreeg 'ad lib' en de andere groep kreeg beperkt water. De toegepaste waterschema's waren aangepast aan de verschillende lichtschema's. Deze waterschema's zijn:
a. voor de groepen met het 'step-up' lichtschema
AD LIB: gedurende de dag (16 uur) beschikten de kippen continu over water
BEPERKT: gedurende de dag (16 uur) kregen de kippen 's morgens 1 uur water samen met het voer, en in de namiddag continu gedurende de 4 laatste uren
b. voor de groepen met het 'Reading' lichtschema
AD LIB: de dieren beschikten 24 uur over water
BEPERKT: 12 maal per dag konden de dieren over water beschikken, op een tijdstip dat overeenkwam met de periode van 1 kwartier licht uit het 'Reading' schema. Dit kwam neer op 12 maal 25 minuten, want de waterkraan, die geï-nstalleerd was na de vlotterbakken, werd 5 minuten voor de lichtperiode openge-zet en 5 minuten na de lichtperiode gesloten.
Omdat de waterbeperking specifiek aangepast is aan de twee lichtschema's, is het zuivere effect van de lichtschema's enkel vergeleken bij de groepen die 'ad lib' water kregen.

In figuur 1 is de toegepaste daglengte weergegeven bij het "step-up" lichtschema. Het "Reading" schema is gestart vanaf de leeftijd van 18 weken. Tot dan hebben al de poeljen het-zelfde lichtschema gekregen. De verlichting gebeurde met hoogfrequente lampen.
Al de dieren beschikten ad lib over een commercieel leghennenvoer. De helft van de dieren kreeg een voer waarbij, afhankelijk van de grondstoffenprijzen, een theoretische hoeveelheid nul-grond-stof werd bijgemengd. Het werkelijke voer was hier-door gecon-centreerder in energie en voedingsbestanddelen. In het afgelopen jaar is deze "nul-grondstof" niet dikwijls opgenomen in de voersamenstelling waardoor dit voer meestal vergelijkbaar was met het normale commerciële voer. De resultaten van de dieren met het aangepast voer waren dan ook hetzelfde als deze van de dieren die het controlevoer kregen.

RESULTATEN

In de figuren 2 en 3 zijn respectievelijk de legcurve en de cumulatieve uitval per week weergegeven.
In tabel 1 zijn de technische resultaten weergegeven van de dieren over de leeftijdspe-riode van 18 weken tot 75 weken.
Uit de cumulatieve cijfers vanaf week 18 tot en met week 75 kan besloten worden dat het aantal eieren per opgezette hen 1,86% lager is bij het "Reading" lichtschema, maar dat het eigewicht 1,55% hoger licht. Dit heeft tot gevolg dat er geen beduidend verschil is in de totale geproduceerde eimassa per opgezette hen. Deze laatste bedroeg respectievelijk 20,15 kg voor het "step-up" lichtschema en 20,08 kg voor het "Reading" lichtschema. De totale voeropname per opgezette hen was 3,71% lager bij het "Reading" schema, terwijl de wateropname 6,67% lager was. Dit wil zeggen dat de voerconversie 3,13% lager was en de wa-ter/voerverhouding 3,14%. Al deze verschillen zijn statistisch zeer significant en dus niet aan het toeval te wijten.
Opvallend is dat de uitval 46,72% lager is bij de toepassing van het "Reading" schema. Uit figuur 4 blijkt dat dit verschil in uitval reeds van in het begin van de legronde duidelijk is. De dieren in het "Reading" schema blijven beter ingepluimd en waren rustiger tijdens de tweede helft van de legperiode.
Figuur 2. Legpercentage per aanwezige hen
Figuur 3. Cumulatieve uitval
Figuur 4. Percentage breukeieren (gesloten breuk)
Tabel 2. Resultaten met betrekking tot de eikwaliteit over de leeftijds-periode van 18 tot 75 weken
Tabel 3. Financieel resultaat t/m een leeftijd van 75 weken
systeem 1:
31 Bef/kg ei
8.25 Bef/kg voer
120 Bef/poelje
systeem 2:
1ste keus: (gemiddelde prijs Kruishoutem 1996 voor de bruine eieren + 0.21) Bef
2de keus: (gemiddelde prijs Kruishoutem 1996 voor de bruine eieren x 2/3) Bef
7.90 Bef/kg voer
120 Bef/poelje
In tabel 2 staan de resultaten op gebied van eikwaliteit. Uit deze resultaten komt naar voren dat over de totale legperiode van 18 tot 75 weken het aandeel 2de keus eieren per opgezette hen 6,67% lager ligt bij het "Reading" schema. Het aandeel gebroken eieren die nog als 2de keus kunnen verkocht worden lag 16,20% lager, het aandeel vuile eieren lag 7,24% lager, terwijl het aandeel struifeieren 18,49% lager was bij het "Reading" schema.
Uit figuur 4 blijkt dat vanaf week 30 het wekelijks percentage eieren met een "gesloten" breuk lager lag bij het "Reading" schema. Tot week 30 was dit omgekeerd. Dit kan er op wijzen dat de kippen zich moeten aanpassen aan het "Reading" schema, en dat jonge poeljen het hier moeilijker mee hebben. Omdat in deze periode de meeste eieren gelegd worden, zal in de volgen-de ronde later begonnen worden met het "Reading" schema.
De betere schaalkwaliteit bij het "Reading" lichtschema kan enigszins verklaard worden door een dikkere schaal. Uit schaaldiktemetingen op 28, 39 en 62 weken ouderdom bleek dat de schaal respectievelijk 2,70%, 4,37% en 3,92% dikker is.
In tabel 3 is een bedrijfseconomische analyse weergegeven. Bij de berekening is uitgegaan van 2 principes van kosten en inkomsten op een pluimveebedrijf.
In het eerste systeem is uitgegaan van een vooraf afgesproken vaste prijs per kg eieren waarbij geen onderscheid gemaakt wordt tussen eerste en tweede keus. In het tweede systeem is uitgegaan van een uitbetaling op basis van de gemiddelde notering van Kruishoutem met een toe-slag van 21 centiemen per ei voor de eerste keus eieren, en met een korting van 1/3 van de prijs voor de tweede keus eie-ren. In dit systeem is rekening gehouden met een voerprijs die 35 centiemen per kg lager is. In de realiteit zullen er nog verschillende andere systemen zijn, maar de meeste zijn gebaseerd op een van deze twee principes.
Bij een uitbetaling van de eieren op basis van een prijs per kg, is de eiopbrengst nagenoeg gelijk voor de twee lichtsche-ma's omdat de geproduceerde eimassa ook gelijk is voor beide schema's. De voerkost is wel 14,26 Bef per opgezette hen lager bij het "Reading" schema wat neerkomt op 3,77%. De voerwinst, dit is eiopbrengst min de poelje- en de voerkost, per opgezet-te hen is ruim 12 Bef hoger bij het "Reading" schema.
Bij een uitbetaling op basis van de notering van Kruishoutem en met een mindere prijs voor de tweede keus eieren is de eiopbrengst nog nagenoeg gelijk voor de twee lichtschema's waarbij het kleine verschil nu in het voordeel speelt van het "Reading" lichtschema. De voerkost is hier 13,66 Bef per op-gezette hen lager bij het "Reading" schema, wat een hogere voerwinst van 14 Bef per opgezette hen tot gevolg heeft.

DISCUSSIE

Uit de technische en financiële resultaten komt het "Rea-ding" schema duidelijk veel beter naar voor dan het klassieke "step-up" schema.
Het feit dat het drogestofgehalte van de mest lager ligt bij het "Reading" schema ondanks een lagere water-voer-verhouding kan verklaard worden door de lagere ventilatie in de stal. Omdat deze dieren rustiger zijn, produceren ze minder voelbare warmte waardoor de staltemperatuur minder stijgt en er minder geventileerd wordt. In het kader van mesttransport is het toch te betwijfelen of deze minder droge mest opweegt tegen de voordelen. Dit verschil is niet zo groot dat dit ernstige gevolgen heeft voor de NH3-emissie uit de stal.
Hoewel het "Reading" schema inhoudt dat er slechts 15 minuten licht per uur mag gegeven worden, hoeft dit nog geen belemmerende bedrijfsplanning in te houden. Indien zich noodzakelijke werkzaamheden voordeden die langer dan 15 minuten duur-den, werd het licht aangelaten in de stal, zodat deze werkzaamheden konden uitgevoerd worden. Zelfs bij het dagelijks nazicht van de dieren bleef het licht aan tot deze controle gedaan was. Ook is het niet noodzakelijk dat het absoluut donker is in de stal tijdens de donkerperiodes. De proefstallen op het Proefbedrijf zijn uitgerust met een klassieke luchtinlaatklep waarlangs, zoals in een normale praktijksituatie, ook nog daglicht binnen kwam. Indien meer dan 75 % van de ventilatiecapaciteit in de nok nodig was, kwam er ook daglicht binnen via de ventilatiekokers omdat dan 2 van de 4 kokers volledig open staan.

BESLUIT

Toepassing van het "Reading" lichtschema heeft duidelijke voordelen ten opzichte van het klassieke "step-up" lichtschema. De eimassa is hetzelfde, het eigewicht is zwaarder, de voer-conversie is beter, de schaal is dikker, het breukpercentage is lager, de uitval is veel lager. Hierdoor is het financieel rendement hoger, zonder dat er volgens ons nadelen zijn gevon-den op gebied van milieubelasting en dierenwelzijn.



Terug