Mededeling nr 92

pg 2, 3, 4
TUSSENTIJDSE RESULTATEN
LEGHENNENPROEF '96-'97
combinatie lichtschema, watersturing
Ir. Johan Zoons,
Provinciale Dienst voor Land- en Tuinbouw, Provincie Antwerpen
INLEIDING
Tot nog toe vindt men in de literatuur meestal gegevens over onderzoeken met lichtschema's en water- en voersturing als afzonderlijk onderzochte factoren.
Over de' interactie van deze 3 factoren is nog weinig gekend.
In deze proef worden lichtschema's, waterschema's en voerschema's tezamen vergeleken.
Lichtschema's
Naast het klassieke "step-up" lichtschema van ca. 1 6 uur licht gevolgd door ca. 8 uur duisternis per 24 uur, worden er verschillende schema's qua lichtduur gebruikt.
Enerzijds zijn er lichtschema's die nog uitgaan op basis van een etmaal van 24 uur, terwijl andere uitgaan van een etmaal van meer of minder dan 24 uur.
Binnen de lichtschema's op basis van een etmaal van 24 uur zijn er weer twee klassen, namelijk biomittente lichtschema's en intermitterende lichtschema's.
Een biomittent lichtschema respecteert de volledige donkerperiode van het klassieke lichtschema, maar in de uren tijdens de subjectieve lichtperiode krijgen de kippen slechts gedurende 1 5 minuten licht.
Met deze methode hebben de dieren nog altijd een besef van het begin van een etmaal.
Een intermitterend lichtschema respecteert de volle ' dige donkerperiode in,het klassieke lichtschema niet meer, de dieren krijgen een opeenvolging van een periode licht van 1 á 2 uur gevolgd door een periode donker van 1 á 3 uur.
Met deze methode hebben de dieren geen besef meer van het begin van een etmaal.
In Reading (Engeland) is een nieuw lichtschema ontwikkeld, namelijk 24 maal (1 5'L:45'D) per etmaal, waarin zowel de voordelen van het biomittent lichtschema als de intermitterende lichtschema's gecombineerd worden.
Vergeleken met een biomittent lichtschema zou het legpercentage lager zijn, maar de eieren zwaarder zodat dezelfde eimassa geproduceerd wordt, terwijl de schalen dikker zijn en er een lichte afname van het voerverbruik is.
In vergelijking met het klassieke "step-up" lichtschema zou bij het "Reading" lichtschema het legpercentage lager zijn (ca. 2%) maar het eigewicht zwaarder (ca. 2%) en de totale eimassa hetzelfde.
De voeropname zou ca. 5% lager liggen, de eischalen zouden dikker zijn en de uitval waarschijnlijk lager. De ei- en schaalkwaliteit heeft men omwille van financiële redenen niet kunnen onderzoeken.
In het kader van ei- en schaalkwaliteit is het nuttig om dit Engels schema verder te onderzoeken in de praktijk.
Want een dikkere schaal zal wellicht de kans op kneus en breuk verkleinen.
Watersturing
Drinkwater is een eerste levensbehoefte voor dieren.
Bij onvoldoende wateropname kunnen grote problemen ontstaan.
Overmatig watergebruik en watervermorsing is echter ongunstig.
Zo zal het drogestofgehalte in de mest afnemen als er meer water wordt verspild, waardoor de ammoniakontwikkeling in de stal toeneemt.
Ook kunnen als gevolg van nattere mest meer eieren worden besmeurd.
Daarnaast zijn er aanwijzingen dat beperking van de hoeveelheid drinkwater de voerconversie kan verbeteren.
Aan de andere kant heeft een te sterke waterbeperking nadelige effecten op de productie, waarbij vooreerst het eigewicht zal gaan dalen.
Uit voornamelijk Nederlands onderzoek is gebleken dat door waterbeperking de voerconversie verbetert en er minder water wordt vermorst, hetgeen resulteert in drogere mest.
Het welzijn lijkt volgens het onderzoek niet geschaad te zijn door waterrantsoenering.
Voersturing
Kippen hebben een voerbehoefte die afhankelijk is van verschillende factoren.
De voornaamste zijn: gewicht, gewichtstoename, eiproductie, staltemperatuur, bevedering.
Deze factoren veranderen in functie van de leeftijd.
Door deze factoren zeer goed op te volgen kan men de voergift hierop afstemmen, rekening houdend met energie- en eiwitbehoefte.
Door de verstrekte voerhoeveelheid hierop af te stemmen in plaats van een "ad libitum" voeding kan men de voerkosten aanzienlijk reduceren.
Bron: Provinciale Dienst voor Land-en Tuinbouw
Terug naar menu