NIEUWE ONTWIKKELINGEN IN DE DIRECTE

AFDEKKING VAN VENKEL

___________________________________________

 

 

F. BENOIT & N. CEUSTERMANS

BVA- MML·R&D

 

(April 1998)

In 1975 resulteerde onze samenwerking met het Zwitserse Wädenswill in de ontwikkeling van bolvenkelteelt in België, die van daaruit verder uitdeinde naar Noord-Europa.

Het ging destijds om de selecties ZEFA-FINO en ZEFA-TARDO die schotresistent waren in de lange zomerdagen. Destijds paste deze groentesoort ook in ons onderzoeksprogramma betreffende weinig energievergende groenten. In de jaren tachtig maakte venkel dan uiteraard deel uit van onze experimenten omtrent de diversificatie van het groentesortiment.

Gezien wij reeds in 1971 startten met de ontwikkeling van de directe afdekkingstechniek, was het logisch dat deze selecties ook dadelijk van bij hun introductie in België, geïntegreerd werden in dit onderzoek.

 

In 1997 gingen wij de reactie na van vroege bolvenkel op enige recent ontwikkelde plastieksoorten.

 

METHODIEK

De bolvenkelvariëteiten Zefa Fino (S & G), Atos (S & G) en Goal (Bejo) werden op 3/2/97 gezaaid in perspotten van 5 cm ribbe en op 2/4/97 uitgezet volgens een plantafstand van 30 cm x 45 cm in 3 rijen op aardruggen van 120 cm topbreedte.

Direct na het planten werden zij al dan niet afgedekt met de hierna vermelde kunststoffen.

 

  1. De klassieke polyethyleenfolie (PE) van 50 micron dikte geperforeerd met 500 gaten per m² van 1 cm diameter (4.5 % perforatieintensiteit); een product van de firma Hyplast te Hoogstraten.
  2. Een verbeterde PE van slechts 40 micron dikte (Super Strong (SS) - Super Light (SL) : Hyplast) met dezelfde perforatieintensiteit.
  3.  

  4. De SS-SL-folie zoals 2. maar waaraan 9 % warmteweerhoudend ethyleen-vinyl-acetaat (EVA) werd geïncorporeerd (SS-SL-Thermic : Hyplast)
  5.  

  6. De SS-SL-TH-folie zoals 3. maar met anticondens (AC) toevoeging (SS-SL-TH-AC : Hyplast)
  7. Het klassieke niet geweven polypropyleen gaasdoek van 17 g/m² (PP-17 : Novagryl - Fiberweb : SODOCA)
  8.  

  9. Een lichter, scheurvast PP-vliesdoek van slechts 12 g/m² (PP 12 : Covertan : COROVIN).
  10. Onbedekte getuigeplanten.

 

RESULTATEN

Duidelijkheidshalve zullen de invloed van de afdekking en de bespreking van de variëteiten hierna afzonderlijk behandeld worden.

 

Effect van de directe afdekking (DA : TABEL 1)

Uit de gegevens van TABEL 1 blijkt de DA noodzakelijk wanneer men venkel begin april wil planten. Inderdaad, op de onbedekte percelen (Behandeling 7) waren 81 % van de planten afgestorven of waardeloos ten gevolge van de koude en het stuk waaien door de wind.

Overigens blijkt ook duidelijk dat bolvenkel vroeger kon geoogst worden (Kolom A) onder de thermische plastics (9 % EVA : Behandelingen 3 en 4) dan onder deze zonder EVA-toevoeging (Behandelingen 1 en 2).

Ook onder het zwaarder en meer beschuttend PP-vlies van 17 g/m² (Behandeling 5) lag de vroegheid duidelijk hoger dan onder het dunne doek van 12 g/m².

De uitval (Kolom B) bleef over ‘t algemeen beperkt tot maximaal 9 % behalve onder het dunne PP-vlies waar 12 % uitval werd geteld.

Omtrent het plantgewicht (Kolom C) waren er geen afgetekende verschillen tussen de behandelingen. Dit is ook logisch gezien enkel verkoopbare kwaliteitsvenkel werd gesneden.

 

Variëteiten (TABEL 2)

Uit de beperkte variëteitenvergelijking kwam GOAL (Bejo) duidelijk als beste selectie naar voor en dit zowel op het gebied van vroegheid (Kolom A) als van bolgewicht (Kolom C).

Overigens was het ook zo dat de 3 cultivars gelijkaardig reageerden op de verschillende plastieksoorten. Voor de duidelijkheid hebben wij ons dan ook geperkt tot het weergeven van de resultaten bekomen onder één van de geperforeerde plastics (PE 50 micron : 500 gaten/m²: Object 1) en onder het zware PP-vlies (17 g/m² : Object 5).

 

CONCLUSIES

Voor de vroege plantingen van bolvenkel vanaf begin april is een bescherming noodzakelijk, anders zullen de planten vernield worden door koude en wind.

Bolvenkel reageerde zeer gunstig op geperforeerde thermische folies, dus met toevoeging van 9 % EVA. Zwaardere vliezen (17 g/m²) gaven analoge resultaten als thermische plastics.

Van de 3 vergeleken variëteiten leverde Goal (Bejo) veel betere resultaten op dan Atos (S & G) en zeker dan Zefa Fino.

 

LITERATUUR

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1978 a. Possibilities of low-energy requiring vegetables.

Acta Horticulturae, 76 : 127-130.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1978 b. Najaarsteelt van venkel.

De Boer en de Tuinder, 84 (29) 28/7/1978 : 11.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1979 a. Weinig energiebehoevende glasgroenten.

De Boer en de Tuinder, 85 (41) 12/10/1979 : 13-14.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1979 b. Plastiektoepassingen bij de teelt van venkel.

B.V.A.-Nieuws, 17 (8) : 14-16.

Technische Mededelingen Proefstation, sept. 1979 : 3 p.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1979 c. Assimilatiebelichting en plantafstanden bij venkel onder glas.

B.V.A.-Nieuws, 17 (1) : 21-22.

 

BENOIT, F. & VAN LINDEN F. 1979 d. Proeven met stadsafvalcompost en ingedroogde varkensdrijfmest in de groenteteelt in 1977 en 1978.

Publikatie buiten reeks Proefstation S.K.W. : 2,18,22 en 23.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1980 a. Venkel van juni tot november.

De Boer en de Tuinder, 86 (8) 22/2/1980 : 41.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1980 b. Selectievergelijkingen van venkel voor de teelt van juni tot november.

De Boer & de Tuinder, 86 (23) 6/6/1980 : 19.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1980 c. Venkel als weinig energievergende groente onder glas.

Technische Mededelingen Proefstation, nov. 1980 : 4 p.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1981. Zomer- en herfstteelt van venkel.

De Boer en de Tuinder, 87 (16) 17/5/1981 : 19.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1982. De teelt van venkel.

Landbouwtijdschrift, 35 (3) : 2303-2308.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1994. Plastiektoepassingen bij bolvenkel in het voorjaar.

Proeftuinnieuws, 4 (2) 28/1/1994 : 32.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1995. Bodembedekking en directe gewasafdekking bij vroege bolvenkel.

Proeftuinnieuws, 5 (3) 10/2/1995 : 39.

 

BENOIT, F. & CEUSTERMANS, N. 1996. Irrigatie, gewas- en bodembedekking van bolvenkel in het voorjaar.

Proeftuinnieuws, 6 (2) 26/1/1996 : 54.

TABEL 1 : enkele oogstgegevens van de venkelvariëteit Zefa Fino (S & G) die op 2/4/97 geplant werd en direct afgedekt tot 26/4/97.

 

NR

PLASTIEKSOORT

   

PERCENT

PERCENT

GEMIDD.

       

PLANTEN

UITVAL

PLANT-

 

(HANDELSNAAM)

Dikte

Gewicht

GEOOGST

 

GEWICHT

   

micron

g/m²

OP 5/6/97

 

G

       

A

B

C

1

PE : 500 gaten van 1 cm diameter per m²; 4,5 % perforatieintensiteit (HYPLAST)

50

46

7

3

439

2

PE : 500 gaten/m² (Super Strong-Super Light - HYPLAST)

40

40

5

9

425

3

PE + 9 % EVA : 500 gaten/m² (SS-SL-Thermic - HYPLAST)

40

43

10

4

482

4

PE + 9 % EVA + Anti Condens : 500 gaten/m² (SS-SL-TH-AC - HYPLAST)

40

43

13

9

468

5

PP - niet geweven vliesdoek (Novagryl - FIBERWEB-SODOCA)

20

17

10

7

474

6

PP (Covertan - COROVIN)

15

12

6

12

468

7

ONBEDEKT

   

-

81

449

 

TABEL 2 : enkele oogstgegevens van 3 bolvenkelcultivars die op 2/4/97 geplant werden en tot 26/4/97 afgedekt

met de 2 vermelde kunststoffen.

 

VARIETEIT (Zaadhuis)

Soort DA

PERCENT

PERCENT

GEMIDDELD

   

PLANTEN

UITVAL

PLANT

   

GEOOGST

 

GEWICHT

   

OP 5/6/97

 

G

   

A

B

C

ZEFA FINO (S & G)

PE-500

7

3

439

 

PP-17

10

7

474

         

ATOS (S & G)

PE-500

3

3

488

 

PP-17

11

1

450

         

GOAL (Bejo)

PE-500

20

4

539

 

PP-17

47

1

553

 

 

Terug naar het
hoofdmenu Groenten

Terug naar het
menu groenten openlucht

Proefstation Sint-Katelijne-Waver