Bestrijding van aaltjes

ALGEMEENHEDEN

Aaltjes zijn pootloze microskopisch kleine wormpjes. Ze kunnen zowel in de planten als vrij in de grond voorkomen. Naargelang de plaats van voorkomen maakt men volgend onderscheid:

BESTRIJDING

De chemische bestrijding van stengel- en bladaaltjes is onmogelijk. In geval van besmetting moeten de planten verbrand worden.

De wortelaaltjes die vrij in de grond voorkomen kan men gemakkelijk bestrijden met klassieke grondontsmettings- middelen, o.a. CYANAMID DD-95, TELONE II, MONAM, BASAMID GRANULE, DROSIN GR 98.

De bestrijding is vooral op die percelen noodzakelijk waarop reeds vele jaren aardbeien geteeld werden. Men krijgt daardoor een sterke uitbreiding van de aaltjespopulatie. Dit verschijnsel noemt men in vaktermen "bodemmoeheid". Nieuwe percelen zijn meestal slechts weinig besmet met bodemaaltjes. Het belang van aaltjesbesmetting is het laatste decenium sterk afgenomen. Dit heeft te maken met de verschuiving van het produktiegebied naar nieuwe regionen. Meerbepaald in Limburg beschikt men over veel nieuwe percelen. Anderzijds wordt er in de oudere produktiecentra veel grondontsmetting toegepast ter bestrijding van verwelkingsziekte. Hiermee worden gelijktijdig de aaltjes afgedood.