|
RASSEN VAN DE TOEKOMST ?Al jaren wordt er gewaarschuwd voor de gevaren van het te grote aandeel aan Jonagold in onze Belgische appelproductie. De laatste twee jaren zijn we op pijnlijke wijze met de neus op de feiten gedrukt. Twee jaren met slechte bestuivingsomstandigheden tijdens de hoofdbloei van Jonagold en de lentenachtvorst van het afgelopen jaar hebben de roep naar een nieuw ras nog luider doen klinken. Op zich blijft Jonagold een zeer goed ras maar het is nu wel duidelijk dat we met Jonagold alleen te kwetsbaar zijn. Op dit moment zijn er wel enkele rassen beschikbaar die naast Jonagold geplant kunnen worden zoals Elstar, Gala, Braeburn of de zomerrassen Delbarestivale en Earligold. Maar al deze rassen hebben ook belangrijke nadelen, zodat van een echte aanvulling of vervanging van Jonagold op langere termijn geen sprake kan zijn. Een echt nieuw ras met voldoende kwaliteiten is niet zomaar naar voor te schuiven. In onze rassenproef zitten wel enkele nieuwe rassen die beloftevol lijken, maar deze gaan pas hun vierde groeijaar in, zodat het nog te vroeg is om een volledig beeld te krijgen van hun mogelijkheden. Een overzicht van de meest beloftevolle rassen wordt hieronder gegeven. BELOFTEVOLLE NIEUWE RASSEN Delblush is een kruising van Golden Delicious met Grifer, afkomstig uit Frankrijk. Het heeft een matige tot sterke groeikracht en heeft een boomtype dat vergelijkbaar is met Golden. De bloei is gelijktijdig met Jonagold. De vruchten gelijken op een gebloste Golden, maar zijn harder, hebben meer suikers en zuren en hebben een veel beter uitstalleven. De bomen moeten chemisch gedund worden. Delblush is gevoelig voor schurft en witziekte. De pluk valt twee weken na deze van Golden. Om Delblush te mogen telen moet men lid worden van de club Tentationâ . Pinova is een kruising van Clivia met Golden Delicious en is afkomstig uit Duitsland. De groeikracht van de bomen is zwak tot matig. Pinova bloeit gelijktijdig met Jonagold. De vruchten hebben een groengele achtergrond met een rode tot oranje blos en hebben een goede hardheid en voldoende suikers. Het zuurgehalte is nogal laag. Pinova geeft een goede en vroege productie en moet chemisch gedund worden. Bij Pinova treedt regelmatig secundaire bloei op. De vruchten zijn weinig gevoelig voor schurft, maar niet resistent. Net zoals Delblush is Pinova goed te bewaren en heeft het een uitstekend uitstalleven. De pluk valt eind september begin oktober. Santana is een kruising van Elstar met Priscilla uit Nederland. Santana is een tamelijk sterke groeier en vertakt zeker in de beginjaren nogal moeilijk. De bloei van Santana valt normaal iets voor deze van Golden, maar was dit jaar op de Proeftuin nog voor deze van Jonagold. De vruchten zijn rood met een groengele achtergrond. Santana is een harde appel met veel suikers en zuren. De smaak is zeer goed. Santana is nogal heterogeen van vorm en is gevoelig voor verspreide ruwschilligheid. Santana is schurftresistent maar zeer gevoelig voor meeldauw. Het pluktijdstip is één week later dan dit van Elstar, vruchten voor lange bewaring worden het beste op hetzelfde moment als Elstar geplukt. Santana wordt redelijk snel vettig. Topaz is een kruising tussen Rubin en Vanda uit Tsjechië. De groeikracht van de bomen is matig tot sterk en de takken hebben een sterke neiging om opwaarts te groeien. De bloei is vergelijkbaar met Jonagold. De vruchten zijn eerder plat en hebben een groengele achtergrond met een rood-oranje gestreepte blos. De appels zijn hard, hebben veel zuren en hebben een aromatische smaak. Topaz is resistent tegen schurft, maar gevoelig voor meeldauw. De vruchten van Topaz zijn redelijk ruwschillig en worden snel vettig indien ze te laat worden geplukt. De pluk valt ongeveer één week voor deze van Golden. Svatava is een kruising tussen Golden en een schurftresistent ras en is eveneens afkomstig uit Tsjechië. Svatava is een matig tot sterke groeier en heeft eerder een opwaartse groeiwijze, . De bloei is vergelijkbaar met Jonagold. De vruchten van Svatava zijn eerder klein, zijn afgeplat rond en hebben een groengele achtergrond met een mooie rode blos. Ze zijn ook hard, ze hebben veel suikers en een goede smaak. Svatava moet chemisch gedund worden en heeft enige ruwschilligheid rond de steel. Het ras is resistent tegen schurft en vertoonde tot op heden geen meeldauwinfecties. De vruchten zijn zeer goed te bewaren en worden niet snel vettig. De pluk valt één week na deze van Golden. Ariwa is een kruising tussen Golden en A 849/5 ( een schurft- en meeldauwresistent ras) uit Zwitserland. De groeikracht is matig en de boom is mooi vertakt. De vruchten zijn eerder klein en zijn groengeel met een oranje-rode gestreepte blos. Ariwa heeft een hardheid die vergelijkbaar is met Braeburn, heeft voldoende suikers, maar eerder weinig zuren. Ariwa zal chemisch moeten worden gedund. Ariwa is resistent tegen schurft en meeldauw. De vruchten hebben goede bewaarmogelijkheden maar worden redelijk snel vettig. De pluk valt in de tweede helft van september. X6163 is een kruising van Gala met Redfree uit Frankrijk. De boom vertakt goed en de bloei valt gelijk met Golden. De vruchten van X6163 trekken zeer sterk op deze van Jonagold. X6163 is eveneens triploïd. De hardheid en het suikergehalte is te vergelijken met Jonagold, maar de vruchten bevatten minder zuur. De smaak is goed, de appels zijn redelijk goed te bewaren, maar kregen afgelopen jaar door hat laag gehalte aan zuren redelijk snel een fletse smaak. X6163 is schurftresistent en wordt eind augustus - begin september geplukt. WELKE EIGENSCHAPPEN MOET EEN NIEUW RAS BEZITTEN ? Misschien zit er tussen deze rassen al een aanwinst voor ons appelassortiment. Maar zeker is dat de boomvorm en de de vruchtkwaliteit op een heel hoog niveau liggen. We zijn dan ook gematigd optimistisch dat we in deze of in een volgende rassenproef een goed nieuw ras kunnen vinden. Zo’n nieuw ras mag eigenlijk op geen enkel kenmerk echt slecht scoren, maar indien het ook nog eens voldoet aan de volgende vier kenmerken dan verhoogt dit de kans om voor ons een echte aanwinst te zijn : 1) Het ras is weinig vorstgevoelig of heeft een later bloeitijdstip dan Jonagold. Hierdoor wordt de kans kleiner dat in moeilijke jaren door slechte bestuivings-omstandigheden of nachtvorst, beide rassen een misoogst kennen. Met een nieuw ras dat even vorstgevoelig is worden de risisco’s er in een vorstjaar niet minder op. Een eerste belangrijk aspect van een nieuw ras is dan ook zijn bloeiperiode, hoe vroeger de bloei hoe meer kans op lentenachtvorstschade. Op dit gebied scoorde Santana dit jaar duidelijk het slechtst, de bloei was uitzonderlijk vroeg. Normaal is het bloeitijdstip van Santana iets eerder dan deze van Golden, maar blijkbaar waren dit jaar de weersomstandigheden van die aard dat de bloeiperiode naar voor is geschoven. Delblush, Pinova, Svatava en Topaz hebben een bloei vergelijkbaar met Jonagold en Ariwa en X6163 hebben een bloei gelijk met Golden. Alhoewel het moeilijk is om de productiviteit van de jonge bomen in een jaar met nachtvorst te beoordelen valt het toch op dat Pinova ondanks zijn tamelijk vroege bloei een zeer goede productie had. Pinova en Delblush zetten ook op het éénjarig hout, zodat er bij nachtvorst meer kans is op een redelijke productie. Topaz had de laagste produktie en was net als Svatava redelijk verruwd. Deze twee rassen lijken omwille van hun fenologie en rasgevoeligheid het meest gevoelig voor lentenachtvorst. Ariwa, X6163, Delblush en vooral Pinova lijken minder gevoelig. 2) De vruchten zijn van goede kwaliteit en bieden goede bewaarmogelijkheden en hebben een uitstekend uitstalleven. Vanuit het Zuidelijk Halfrond zijn er nu rassen beschikbaar waarvan het pluktijdstip te laat is voor ons klimaat en die over uitstekende smaak en bewaarcapaciteiten beschikken. Om concurrentie te kunnen bieden aan deze rassen moeten wij dit op zijn minst kunnen evenaren. De kwaliteit van de vruchten van de besproken rassen was in het algemeen heel goed. De rassen zijn allemaal harder dan Smoothee en even hard of harder dan Jonagored. Opvallend is de hardheid van Ariwa die gelijk is aan deze van een Braeburn. Ook Delblush en Topaz hebben zeer harde appels. De hardheid wordt ook goed behouden. Smoothee, Pinova en X6163 hebben weinig zuur in de vruchten. Daardoor smaken ze nogal snel flets. Een sterke en snelle dunning, gevolgd door tijdig plukken en een optimale bewaring kunnen hieraan waarschijnlijk verhelpen. Topaz, Santana en in minder mate Delblush hebben het hoogste zuurgehalte. Deze drie rassen mogen daarom ook niet te vroeg geplukt worden en zijn op hun best na bewaring of na enkele dagen op kamertemperatuur. Alle rassen werden meermaals geproefd door een testpanel van vijf personen. De geschilde stukjes appel werden telkens samen met Jonagold aangeboden en kregen een beoordeling tussen 1 (=zeer slecht) en 9 (zeer goed). Met uitzondering van X6163, Ariwa en Delblush haalden alle rassen evenveel als de gemiddelde waarde van Jonagored (namelijk 8). X6163 krijgt waarschijnlijk een betere score indien het sneller geproefd en eerder geplukt is en Delblush als het later beoordeeld wordt. Eind september werd op de proeftuin een smaaktest gehouden met 130 personen. Jonagold kreeg toen een gemiddelde score van 6.8 , Santana een 6.7 en Ariwa, X6163 en Topaz gemiddeld een 5.6. Topaz was waarschijnlijk nog wat zuur en voor X6163 werd, met de bedoeling om zeker voldoende rijpe vruchten aan te bieden, geopteerd om de tweede pluk te laten proeven. De score van de eerste dag 6.4 was zeer goed, maar de vruchten verloren in de volgende dagen te snel hun smaak. Met meer kennis van pluktijdstip en bewaring moeten de meeste van deze rassen toch een score kunnen halen die vergelijkbaar is met deze van Jonagold. Alle rassen werden na de pluk bewaard bij 1°C in gewone koeling en half januari opnieuw bekeken. De rassen die hier besproken worden waren nog van goede kwaliteit. Enkel bij Santana hadden we reeds half december een groot aantal vruchten gevonden met deep scald achtige bruine vlekken. Vooral Delblush, Pinova, Svatava en Topaz doen het in smaaktesten minstens even goed als een in ULO bewaarde Jonagold. Daarnaast hebben Delblush en Pinova ook nog een uitstekend uitstalleven, ze blijven hard en worden niet vettig. 3) Het ras is weinig gevoelig of resistent tegen ziekten en plagen. Er bestaat bij de consument duidelijk een vraag naar een minder bespoten product. Ook voor de fruitteler biedt dit niets dan voordelen, indien het niet ten koste gaat van de vruchtkwaliteit. Het grootste aandeel van de nieuwe rassen is schurftresistent en heeft dezelfde resistentiebron : het Vf-gen. Het is al enkele jaren geweten dat deze resistentie na enkele jaren zonder toepassing van fungiciden gemakkelijk kan doorbroken worden. Dit betekent dat dergelijke rassen op zijn minst enkele fungicidebespuitingen per jaar nodig hebben, willen ze hun schurftresistentie voor langere tijd blijven behouden. Bovendien moet afhankelijk van de rasgevoeligheid ook in meer of mindere maten tegen witziekte en kanker gespoten worden. Toch hebben schurftresistente rassen nog wel degelijk voordelen. Als er minder gespoten moet worden zijn zowel de consumenten als de fruitteler tevreden. Op de Proeftuin hebben wij in 1996 een proef opgestart om meer ervaring op te doen met een systeem van een verminderd fungicideschema. Omdat er op het moment dat de proef gepland werd geen echt goed resistent ras voorhanden was, werd er geopteerd om een perceel van het weinig gevoelige ras Boskoop op M27 te planten met schurftresistente rassen als bestuiver. In 1997 is de ene helft met een normaal IPM schema gespoten en de andere helft op advies van Piet Creemers van het Koninklijk Opzoekingsstation van Gorsem met een schema waarbij naast de Mills-methode ook rekening werd gehouden met de asosporenuitstoot, de bladaangroei en de rasgevoeligheid. Omdat Boskoop vooral in het primaire seizoen voor schurft gevoelig is, werd er bij het tweede schema op het einde van de ascosporenuitstoot nagekeken of er schurftinfecties waren. Dit was niet het geval en van dat ogenblik af, werd er niet meer tegen schurft gespoten, alle andere bespuitingen liepen gewoon door. Dit jaar waren er tussen beide spuitschema’s geen verschillen in schurftinfecties. In beide percelen waren er zo goed als geen infecties. Deze resultaten moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. De methode moet onder verschillende omstandigheden en seizoenen zichzelf nog bewijzen, maar het geeft al wel een idee wat voor een besparing van een schurftresistent of van een weinig gevoelig ras kan verwacht worden. In 1997 werd er in het tweede schema maar 8 keer tegen schurft gespoten tegen 15 keer in het IPM-schema. Dit leverde een besparing van ca. 30% op in kg aktieve stof en in de aankoopprijs van de fungiciden op. In de praktijk zou het verschil tussen een schurftresistent en een weinig gevoelig ras wel eens klein kunnen zijn, behalve als, zoals bij Ariwa, het ras naast resistentie tegen schurft ook een hoge resistentie tegen meeldauw bezit. 4) Het is een ras dat vooral in ons klimaat goed te telen is. Indien het ras in de meeste fruitteeltgebieden goed te telen is zal de concurrentie zeer groot zijn en is het maar de vraag of we die kwalitatief aankunnen. Rassen die net zoals Jonagold hier het best te telen zijn, bieden dan ook meer kansen. Om daar een goed oordeel over te kunnen velllen, zijn de rassen nog iets te jong. Duidelijk is dat een gebloste appel op dit gebied meer perspectieven biedt dan een groene en dat echt kleinvruchtige rassen het in ons klimaat moeilijker hebben dan rassen met een goede vruchtmaat.
BESLUIT De besproken rassen zijn beloftevol, maar de zoektocht naar een nieuw ras is nog in volle gang. De rassen bevinden zich nog in de eerste fase van het rassenonderzoek. Hierbij worden telkens 5 bomen van een nieuw ras in twee percelen aangeplant. In het eerste perceel krijgen de bomen een normaal spuitschema. In het tweede perceel worden er geen fungiciden gebruikt. De rassen worden beoordeeld op zo’n dertig kenmerken die Europees op een zelfde manier beoordeeld worden. Elk jaar wordt er tussen de Europese stations een nieuwsbrief rondgestuurd waarin elk station vermeldt welke rassen hij in onderzoek heeft en wat zijn beoordeling ervan is. Op die manier krijgen wij van een nieuw ras snel een goed idee over de manier waarop het zich op verschillende standplaatsen gedraagt en komen eventuele problemen sneller aan het licht. Als een ras na enkele jaren beloftevol lijkt, wordt het opgenomen in de tweede fase van het rassenonderzoek, waarbij het op een grotere schaal wordt aangeplant. In deze van het onderzoek worden de bestuivingsmogelijkheden, chemische dunproeven, verschillen in opkweekmethoden, de reactie op verschillende snoeiwijze en onderstammen onderzocht. Op deze wijze krijgt de fruitteler alle teelttechnische informatie in handen om de voor hem beste keuze te maken Voor Delblush zijn er al bomen voor de tweede fase geplant en voor Pinova zal dit volgend jaar gebeuren. In de komende jaren zullen waarschijnlijk nog enkele andere rassen zullen volgen. Op de Proeftuin proberen wij door de Europese samenwerking in de Eufrin-groep en door het versneld aanplanten van beloftevolle rassen de weg van een nieuw ras naar de fruitteler zo kort mogelijk te maken. Ondertussen zal Jonagold het belangrijkste ras blijven. Daarom wordt op de proeftuin ook veel aandacht geschonken aan de verbetering van de kwaliteit van Jonagold en welke alternatieven er nu reeds bestaan. Meer uitleg hierover zal in een volgend artikel verschijnen. Guy van Daele |
|