|
Geïntegreerde aardbeiteelt: positieve ervaring met Lieveheersbeestjes als bladluisbestrijdersIn het kader van de geïntegreerde bestrijding bij de teelt van aardbeien worden op het Proefbedrijf der Noorderkempen praktijkproeven uitgevoerd onder glas. Hierbij worden diverse predatoren zoals roofmijten, roofwantsen, galmuggen en sluipwespen uitgezet om typische plagen zoals rode spin, trips en bladluizen te bestrijden. De proeven verlopen in samenwerking met het toeleveringsbedrijf Biobest (Kurt Put). Bladluisbestrijding Chemisch Plaatselijke bladluisaantastingen vormen in de aardbeiteelt onder bescherming vaak een probleem. Als erkende middelen in de aardbeiteelt onder bescherming beschikt men over Hostaquick(heptenofos), Phosdrin (mevinfos), Diazinon, Thiodan (endosulfan), Zolone (fosalone) en Talstar(bifenthrin). Chemisch korrigeren met Pirimor (pirimicarb) is niet mogelijk daar het produkt in deze teeltwijze geen erkenning heeft. Bovendien heeft dit produkt maar een geringe werking op rode luis en katoenluis. Deze bladluizen kan men alleen met Hostaquick dood krijgen. Hostaquick is erkend voor de teelt van aardbeien maar kan dan weer niet volgens het lastenboek. De predatoren worden op de koop toe door Hostaquick vrijwel geheel uitgeroeid. Ook met alle andere middelen roeien heel wat predatoren uit en produkten zoals Thiodan (endosulfan) en Talstar (bifenthrin) hebben een lange nawerking. Wil men echter volgens het geintegreerd lastenboek werken dan zijn de middelen beperkt. Vermits ze op de gele lijst voorkomen kunnen diazinon (wachttijd 10 dagen) en fosalone (wachttijd 4 weken) gebruikt worden. Dichloorvos, Phosdrin en Hostaquick staan op de oranje lijst en kunnen volgens het boekje uitsluitend tegen trips ingezet worden bij mislukking van de biologische bestrijding en mits toelating van het controlemechanisme. Biologisch Reeds langer wordt voor het biologisch bestrijden van bladluizen beroep gedaan op sluipwespen zoals Aphidius matricariae (tegen de klassieke groene perzikluis), Aphelinus abdominalis en Aphidius ervi (specifiek tegen aardappeltopluis en boterbloemluis) en Aphidius colemani (specifiek tegen katoenluis en rode perzikluis). Soms worden ook galmuggen Aphidoletes aphidimyza uitgezet tegen katoenluizen. Een mogelijk biologisch correctiemiddel is het plaatselijk inzetten van grote hoeveelheden Lieveheersbeestjes. Het voorbije voorjaar werd hiermee op Proeftuin Meerle voor het eerst enige ervaring opgedaan. Lieveheersbeestjes Lieveheersbeestjes zijn eigenlijk kevers. Ze behoren tot de familie van de coccinelidae. In onze streken zijn er diverse verwante lieveheersbeestjes gekend. Coccinela-7-punctuata heeft een 6 tot 7 mm groot rood lichaam met zeven zwarte vlekken en komt op vrijwel alle planten voor. Adalia-2-punctata en Adalia-10-punctata zijn maar half zo groot. Ze hebben eveneens een rood lichaam maar met respektievelijk twee en tien zwarte vlekken op het lichaam. Men treft ze op een heel aantal gewassen aan waaronder zachtfruit en grootfruit. Propylea-14-punctuata is ongeveer 3 tot 4 mm groot maar heeft een geel lichaam met veertien zwarte vlekken. Dit type komt voornamelijk op bomen, struikgewas en houtig kleinfruit voor. Er zijn ook zwarte Lieveheersbeestjes gekend zoals Exochomus quadripustulatus met rosse stippen die zich vooral op fruitbomen en coniferen thuis voelt. De door de toeleveringsbedrijven gecommercialiseerde Lieveheersbeestjes zijn veelal afkomstig uit Californie. Deze amerikaanse Lieveheersbeestjes zijn langwerpiger (8 mm) en meer afgeplat dan de bij ons bekende inheemse soorten. Zo heeft Hippodamia convergens een oranje bruin lichaam met vooraan twee grote, in het midden vier kleine en achteraan zes grote zwarte vlekken. Levenswijze Lieveheersbeestjes hebben een levensduur tussen drie maanden en een jaar. Afhankelijk van de soort zijn er 1 tot 3 generaties per jaar. In natuurlijke omstandigheden gaan de kevertjes in diapauze vanaf de herfst wanneer het kouder worden tot in mei. In het voorjaar, na de overwinteringsfaze vliegen de kevertjes uit naar voedselrijke gebieden. Zodra de vrouwtjes luizen gevonden hebben, zetten ze in de kolonies hun eieren af. De eieren zijn oranje-geel en staan in groepjes van 10 tot 50 rechtop in het gelid aan de onderkant van de bladeren. Een vrouwtje legt 100 tot 300 eitjes in haar leven. Na een vijftal dagen komen de larven uit de eitjes. Het totale larvestadium duurt 18 dagen. De larves hebben een krokodilachtig uitzicht, ze zijn grijszwart met oranje stippen of strepen. Een larve eet per dag ongeveer veertig tot vijftig bladluizen. Jonge larven zijn vrij mobiel, ze zijn voorzien van goed ontwikkelde poten. Met hun kaken grijpen ze de bladluizen vast en zuigen ze leeg, de oudere larves eten de bladluizen volledig op. Over hun gehele levensduur eten de larves gemiddeld 400 bladluizen. Na drie vervellingen verpoppen de larven zich aan de onderzijde van de bladeren. Na een week verschijnen er jonge kevertjes die na verloop van tijd hun definitief kleurenpatroon. Volwassen kevertjes eten de luizen grotendeels op en zijn soms zo vraatzuchtig dat ze ook mummies van geparasiteerde bladluizen eten. Een volwassen Lieveheersbeestje kan tijdens haar volledige levensduur tot 5000 bladluizen degusteren. De larves zijn zwart met geel-oranje stippen Uitzetten Lieveheersbeestjes De lieveheersbeestjes worden op de aangetaste plaats in het gewas uitgezet. Wanneer er lieveheersbeestjes uitgezet worden, in de late avond i.v.m. wegvliegen, moet het voldoende vochtig zijn, om wegvliegen te voorkomen. Na transport en het in vrijheid stellen vertonen ze nog altijd een drang tot uitvliegen. Ze zijn vooral op zoek naar water. Houdbaarheid 1-2 dagen bij 8-10 °C en in het donker. De larves worden in de haarden uitgezet en kunnen op korte tijd heel wat bladluizen opruimen.D e eieren zijn geel van kleur, de larve zwart met gele lengtestrepen en de adulten zijn zeer variabel (rood/zwart) van kleur en ongeveer 8 mm lang. De De larves van deze lieveheersbeestjes worden in het gewas uitgestrooid Men rekent erop dat er 1 tot 2 larves nodig zijn voor 100 bladluizen te verdelgen. Houdbaarheid 4-5 dagen bij 8-10 °C en in het donker Ervaringen te Meerle In het voorjaar werd bij een vroege stooktteelt van het ras Karola voor het eerst ook ervaring opgedaan met het inzetten van de LieveHeersbeestjes tegen bladluizen. Er werd reeds een sterke bladluisaantasting vastgesteld bij volle bloei, begin maart. Het ging hier om de aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbia). Deze kon niet chemisch bestreden worden met de klassieke middelen. De bladluizen waren zowel op de bladstelen alsook op de bloemtakken aanwezig. Zowel bloemtakken en bladstelen werden gemerkt en hierop werd het aantal bladluizen geteld. Op 19 maart werden over het gewas 10.000 volwassen Lieveheersbeestjes (Hippodamia) uitgezet. Deze werden aangeleverd in een zak van gaasdoek. Bovendien werden er 100 larves (Harmonia) uitgestrooid. Deze werden aangeleverd in een bus. De totale oppervlakte van het perceel bedroeg 70 m² zodat we aan een densiteit van respektievelijk 140 volwassenen en 1.4 larves per m² kwamen. Een pakket van 10.000 Hippodamia koste 1600 fr., een pakket van 100 Harmonia koste 550 fr. Het uitzetten van de volwassen OLH-beestjes verliep minder succesvol. Ze vertoonden nog een sterk vluchtgedrag. Een grote meerderheid van de volwassenen werd de dag nadien niet meer teruggevonden in het gewas. Veel OLH-beestjes vlogen weg via de ramen, een ander deel bevond zich in de nabijheid van de beregeningsinstallatie op de sproeikoppen en in plassen water op de folie. Een deel van de volwassen stierf de eerste dagen reeds. De larven daarentegen werden goed terug gevonden in het gewas, ze waren minder mobiel en konden vandaar niet zomaar wegvluchten. De bladluizen werden erg efficient bestreden.Op twee weken tijd werd het bladluizenaantal op de bladeren gereduceerd tot minder dan 4 %, op de bloemtakken tot minder dan 0.5 %. Telling van het aantal bladluizen op bladeren en bloemtakken voor en na het uitzetten van Hippodamia en Harmonia
Lieveheersbeestjes zijn gevoelig voor bepaalde insecticiden zoals Pyranica, pyrethroïden (Ambush, Decis, Talstar), fosforesters (Phosdrin, Dichloorvos, Afugan) en in geringere mate voor fungiciden Euparen, Topaz en Sumisclex F. Lieten, Proefbedrijf der Noorderkempen, Meerle |
|||||||