|
Bewaring aardbeiplanten bij gewijzigde gassamenstelling
Op het Proefbedrijf der Noorderkempen werden proeven uitgevoerd op het bewaren van aardbeiplanten. Doelstelling was de bewaarbaarheid van planten te verbeteren door het wijzigen van de gassamenstelling in de koelcel. Wachtbedplanten van het ras Elsanta werden op begin december 1996 gerooid. Een deel van de planten werd verpakt in de normale polyethyleenzakken (30 µ), een tweede groep werd verpakt in microgeperforeerde polyethyleenzakken (30 µ), een derde groep werd zonder folie in de kisten gestapeld. De planten werden bij -1.5°C ingevroren in vijf kleine koelcellen waar telkens een andere gassamenstelling werd aangehouden. Het zuurstofgehalte werd in de eerste vier koelboxen gevarieerd van 21 % naar 10 %, 5 % en 2 % zonder het natuurlijke CO2 gehalte te beïnvloeden. In de vijfde koelbox werd een gehalte van 5 % CO2 en 5 % O2 aangehouden. De planten werden op 20 juli 1997 uit de koelcel gehaald en ontdooid. Ze werden op 23 juli 1997 geplant op veenbalen voor een verlate teelt. Er werd geoogst van 2 september tot 22 oktober 1997.
Resultaten Bij het ontdooien werden de planten beoordeeld op mogelijke bewaarschade. Bij geen enkele van de partijen werd echter schade vastgesteld door beschimmeling of gisting. Wel waren de planten bewaard zonder folie meer uitgedroogd dan de andere. Niettemin waren de productieverschillen gering tussen de diverse gassamenstellingen. Met de lagere zuurstofgehaltes en ook met het aanhouden van een CO2-niveau van 5 % werd geen verbetering van de opbrengst bekomen. Het bewaren van de planten in normale PE-folie bij een normale luchtsamenstelling gaf een bevredigend resultaat. De planten bewaard zonder folie leverden een merkelijk lagere opbrengst op vanwege de uitdroging.
Productieresultaten in functie van de gassamenstelling in de koelcellen.
Philip Lieten, Proefbedrijf der Noorderkempen |
|||||||||||