Agris logo

GEINTEGREERDE AARDBEIENTEELT IN SPANJE

In Spanje worden jaarlijks op ongeveer 8000 ha aardbeien geteeld. De streek van Huelva, in het zuiden van Andalucia, is het hoofdteeltgebied.

In 1996 en 1997 werd op naar schatting 100 ha op geïntegreerde wijze geteeld. Dit voorjaar is de oppervlakte uitgebreid tot 400 ha.

De geïntegeerd geteelde aardbeien vinden we in onze winkels terug ondermeer onder het merk Esther. Ze waren ingepakt in krimpfolie voorzien van een aparte opdruk "integrated production". In Huelva willen sommige coöperaties de geintegreerde teelt stimuleren door een meerprijs voor deze aardbeien te betalen. Inmiddels zijn zowel een aantal coöperaties als de onderzoeksinstellingen van Andalucia en Valencia druk op zoek naar alternatieven voor de grondontsmetting met methylbromide. Vooral solarisatie staat in de belangstelling.

De richtlijnen voor de geïntegreerde teelt van aardbeien in Andalucia dateren reeds van 15 november 1996. Deze zijn opgesteld door de POPIFRE (werkgroep Operatief Projekt voor Geïntegreerde Teelt) van de Junta Andalucia in samenwerking met Freshuelva, de overkoepelende organisatie van aardbeitelers in Huelva. In het kort geven we hiervan een overzicht.

Bedrijfsbegeleiding

De telers die geintegreerd willen telen moeten begeleid worden door een voorlichter van de coöperatie. Deze dient de desbetreffende velden minimaal één keer per week te controleren. Per ha worden 25 planten getoetst op aanwezigheid van ziekten en plagen. Deze gegevens worden genoteerd in een logboek. Op basis hiervan wordt een gewasbeschermingsadvies gegeven. Voorafgaand aan het opzetten van de teelt moet een grondstaal genomen worden voor een fysische en chemische analyse. Tevens wordt een monster van het gebruikswater genomen. Op basis hiervan wordt een bemestingsadvies gegeven.

Teelttechniek

Bodem

De bodem dient aan een aantal eisen te voldoen. De grond moet goed gedraineerd en minstens 30 cm diep bewerkt zijn. De pH van de bodem dient lager dan 7 punten en de conductiviteit van het waterig extrakt geringer dan 1 mS/cm te zijn. De bemesting moet gebaseerd zijn op de bodem- en wateranalyse. Men mag niet meer dan 200 eenheden stikstof, 180 eenheden fosfor (P2O5) en 250 eenheden kali (K20) per jaar geven. De voorraadbemesting mag niet meer dan 20 % van de totale gifte bedragen.

De bemesting dient gefractioneerd met druppelbevloeiing toegediend te worden. De voorkeur wordt gegeven aan organische meststoffen.

Bladvoeding mag uitsluitend toegediend te worden bij sterke uitspoeling in regenperiodes.

Het ontsmetten met methylbromide is voor de geïntegreerde teelt toegelaten, maar alleen op advies van de voorlichter. Het is echter verboden om twee jaren na mekaar het zelfde perceel te ontsmetten. Er wordt aanbevolen om enkel bandontsmetting toe te passen en dit aan een lage dosis (4 kg/ha).

Plantmateriaal

Er mag uitsluitend met vers plantmateriaal gewerkt worden dat gecertificeerd is en dus voorzien van een fytosanitair paspoort van een erkend vermeerderaar. Percelen die doorgeteeld worden naar een tweede seizoen komen niet in aanmerking voor de geïntegreerde teelt. Er mogen maximaal 70.000 planten per ha gepoot worden. Deze mogen niet voor 12 oktober geplant worden om een te zwaar gewas en zodoende Botrytis te voorkomen.

Voor het poten moeten de planten gedompeld worden in een fungicidemengsel tegen wortelziekten.

Het gebruik van groeiregulatoren en fytohormonen zoals gibberelines is verboden.

Gewasbescherming

Bij de geïntegreerde teelt mogen natuurlijk uitsluitend de erkende middelen gebruikt worden en moet men de wachttijden en residunormen respecteren.

Er moet oordeelkundig gespoten worden d.w.z. diverse productgroepen moeten gealterneerd worden om resistentie te voorkomen. Het inzetten van diverse predatoren is ook verplicht.

Insecten

Trips is één van de belangrijkste plagen in Spanje. Tot maart mag er hiertegen helemaal niet chemisch behandeld worden. Er dient gewerkt te worden met roofwantsen (Orius laevigatus en majusculus). Pas vanaf maart mag men ingrijpen met chemische middelen onder voorwaarde dat er meer dan 70 % van de bloemen geinfecteerd is, d.w.z. minimaal 3 tripsen per bloem bevatten. De toegelaten middelen zijn chloorpyrifos (Reldan) en formetanaat (Dicarzol).

Een belangrijke belager van het aardbeigewas is ook de rode spin. Hiertegen worden roofmijten zoals Neioseilus californicus en Phytoseiulus persimilis uitgezet. Er mag pas chemisch gecorrigeerd worden voor einde februari wanneer meer dan 15 % van de bladeren zijn aangetast. De overige teeltperiode mag er pas gespoten worden wanneer meer dan 25 % van de bladeren aangetast zijn en minder dan de helft van de bladeren geparasiteerd worden door roofmijten. De middelen abamectine (Vertimec), hexithiazox ( Nissorun), dicofol (Kelthane) en tetradifon (Funginex) zijn toegelaten voor de spintbestrijding.

Tegen bladluizen worden diverse predatoren ingezet zoals de larve van de gaasvlieg (Chrysoperla carnica) en OLH-beestjes (Coccinella septempunctata en Scymnus spp.) en zweefvliegen (Spaeropheca scripta).

Er wordt een aantasting tot 25 % getolereerd tot maart, daarna wordt zelfs de schadedrempel verhoogd tot 50 %. Er mag met de middelen fosalone (Zolone) en pirimicarb (Pirimor) ingegrepen worden.

Schimmels en bakterieziekten

De variëteit Camarosa is erg gevoelig voor vruchtrot (Botrytis) en meeldauw (Sphaerotheca). Tegen vruchtrot mag volgens de geïntegreerde richtlijnen niet behandeld worden. In december en januari gebruikt men preventief zwavel tegen meeldauw. Vanaf februari zijn ook de fungiciden dinocap, bupirimaat (Nimrod), triadimenol (Bayfidan), mycobutanil (Systhane) en fenarimol (Rubigan) toegelaten. Tegen kelkrot (Gnomonia) mag tot januari pas bij een aantasting groter dan 2 % behandeld worden met een koperoplossing, Folpet of Captan. Vanaf februari is de schadedrempel verhoogd naar 4 %.

Tegen bladvlekkenziekte (Mycosphaerella frag) mag alleen maar van december tot en met februari gespoten worden met anorganische koper, Folpet en Captan wanneer er meer dan 10 % aantasting is. Vanaf maart mag niet meer chemisch behandeld worden.

De gevreesde bakterieziekte Xanthomonas kan in Spanje ook zware schade toebrengen bij warme en vochtige weersomstandigheden. Klassiek is het gebruik van anorganische koperoplossingen. Vanaf april mag er echter geen behandeling meer uitgevoerd worden.

Geoogst produkt

Pas geplukte aardbeien moeten voorgekoeld worden vooraleer gesorteerd en verpakt. Onmiddellijk daarna dienen de aardbeidoosjes gekoeld te worden tussen 0 en 2°C en een RV van 90 %. Chemische naoogstbehandelingen (fungiciden en bestraling) zijn strikt verboden. Door de coöperatie worden op zeer regelmatige basis vruchtstalen genomen die volledig gescreend worden door de labo’s van de Universiteit van Granada. De volgens de geïntegreerde richtlijnen geteelde aardbeien mogen niet meer dan 50 % van de officiele residunorm bevatten.

Filip Lieten, Proefbedrijf der Noorderkempen, Meerle

[HOME] - [Tuinbouw] - [Aardbeien]