Gids voor de suikerbietteler
Bron : KBIVB - IRBAB |
VERGELINGSZIEKTEN
AlgemeenVergelingsziekte is vanouds de meest gevreesde bietenziekte in België.Hoewel in jaren met veel vergelingsziekte de opbrengsten in alle streken sterk kunnen aangetast worden (suikeropbrengstverliezen kunnen oplopen tot meer dan 15 %), zijn de risico's dikwijls groter in gebieden met versnipperde teelt (Vlaanderen, Henegouwen, een deel van Brabant) dan in gebieden met meer extensieve teelt (Provincies Namen en Luik). Samen met andere faktoren veroorzaakte de vergelingsziekte in België bijzonder zware schade in 1938 en 1947. In de ergste gevallen werden wortelopbrengstverliezen van 50 % opgetekend. Twee duidelijk onderscheiden virussen zijn verantwoordelijk voor de bietenvergelingsziekte :
Dit virus, dat beschreven werd door Georges ROLAND in 1936, behoort tot de groep van closterovirussen en wordt door bladluizen overgedragen op semi-persistente wijze. De belangrijkste bladluissoorten die op bieten voorkomen zijn in staat om dit virus over te dragen.
Het zwak vergelingsvirus (in het Engels : Beet Mild Yellows Virus - BMYV) is
een sfeervormig virus van ongeveer 26 nanometer doorsnede.
SymptomenVanaf juni (Figuur 3.52.) tot aan de oogst (Figuur 3.53.) verschijnen pleksgewijs lichtgeel tot oranjegeel gekleurde bladeren in het gewas.De bladeren verdikken en worden knapperig. Vanaf de eerste infektiehaarden verspreidt de ziekte zich meer of minder snel over heel het perceel.
Het sterk vergelingsvirus veroorzaakt eerst oplichtende puntjes en vervolgens
witgele nerfjes in het bladmoes, die uitgroeien tot citroengele vlekken (Figuur
3.54.). Het zwak vergelingsvirus veroorzaakt in eerste instantie een sterke geelverkleuring langs de bladranden, die zich verder verspreidt tussen de nerven en in oranje kan overgaan (Figuur 3.55.). De later optredende bruinverkleurde vlekken worden veroorzaakt door zwakteschimmels (Alternaria sp.) op de aangetaste bladeren (Figuur 3.67.). Beide vormen van de vergelingsziekte kunnen in één veld en zelfs in dezelfde plant aanwezig zijn, hetgeen de herkenning bemoeilijkt.
LevenswijzeBeide vergelingsvirussen worden overgebracht naar de bieten door de groene perzikluis (Myzus persicae), maar ook door enkele andere soorten groene bladluizen zoals bijvoorbeeld de sjalotteluis (Myzus ascalonicus) en de aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae).
De bladluizen worden virusdragend nadat ze viruspartikels op besmette planten
hebben opgenomen. Eén enkele voedingsprik van een besmette bladluis op de biet volstaat om de ziekte over te brengen. Het virus vermenigvuldigt zich vervolgens in het bladweefsel en wordt via de vaatbundels, waar het verstoppingen veroorzaakt, door heel de plant getransporteerd.
Voorkomen en bestrijdenDoor het tijdig opruimen van voederbietenkuilen (vóór 1 mei, een wettelijk verplichte maatregel in België), het verwijderen van bietenopslag in het veld en het bestrijden van bladluizen in het veld kan een vroege aantasting in belangrijke mate voorkomen worden.Twee bestrijdingstechnieken kunnen toegepast worden :
Enkel wanneer het aantal virusdragende bladluizen een kritische drempel bereikt, vanaf dewelke een behandeling rendabel is (zie paragraaf 1.1.1., Groene perzikluis), wordt een advies uitgezonden. De bladluisbehandeling verliest zijn waarde indien ze te vroeg of te laat, nl. meer dan 8 tot 10 dagen na de waarschuwing, wordt uitgevoerd.
Bron : KBIVB - IRBAB |
| © Agris, 2000 | Vragen, opmerkingen of suggesties kunt u altijd mailen naar info@agris.be |