Zwarte bonenluis

ZWARTE BONENLUIS

Latijnse benaming : Aphis fabae Scoop
Familie : Aphididae
Orde : Homoptera
Nederlandse benaming : Zwarte bonenluis
Franse benaming : Puceron noir de la fève
Engelse benaming : Black bean aphid; Black fly
Duitse benaming : Schwarze Bohnenlaus

Algemeen

De zwarte bladluizen worden in alle bietenstreken in België waargenomen. De populaties variëren van jaar tot jaar. De zuigschade die ze veroorzaken op een bietenplant lijkt vaak erger dan ze in werkelijkheid is.

Deze bladluizen zijn eveneens potentiële overbrengers van virusziekten. Hun aandeel in de verspreiding van de bietenvergelingsziekte wordt als eerder gering beschouwd.

Symptomen

Wanneer grote kolonies aanwezig zijn (Figuur 3.37.), gaan de bladeren kroezen en omkrullen als gevolg van de aangerichte zuigschade.
Op de door de bladluizen afgescheiden honingdauw kunnen zich roetschimmels ontwikkelen, waardoor zwarte vlekken ontstaan aan de onderkant van de bladeren.

Levenswijze

De ongevleugelde vorm is dofzwart van kleur met kleine, witachtige streepjes op de bovenkant van het achterlijf.

De zwarte wintereieren worden afgezet in de oksels van knoppen op de takken van kardinaalsmuts, gelderse roos en sneeuwbal.

Uit deze eieren komen de eerste wijfjes (fundatrices), die een generatie ongevleugelden voortbrengen, die op hun beurt, en nog steeds op ongeslachtelijke wijze, gevleugelde vrouwtjes (Figuur 3.38.) produceren. Deze laatsten vliegen naar de zomerwaardgewassen en produceren daar opnieuw ongevleugelde individuen die de onderzijde van de bladeren koloniseren.

Het overgrote deel van de populatie wordt in de tweede helft van juli vernietigd door natuurlijke parasieten.
Pas in de herfst wordt een geslachtelijke generatie gevleugelden gevormd die naar de winterwaarden vliegt om er eieren af te zetten.

Voorkomen en bestrijden

Een insekticidebehandeling wordt aanbevolen in geval van zeer vroege (in mei) en belangrijke aantastingen en indien op minstens de helft van de bieten kolonies worden waargenomen van enkele tientallen bladluizen.

In juni kan er gewacht worden tot er per plant meerdere kolonies van minstens 50 bladluizen aanwezig zijn. Na die datum is een bespuiting meestal niet meer zinvol. Vanaf dan zorgen de natuurlijke vijanden van de bladluizen namelijk voor een sterke verzwakking en zelfs vernietiging van de bladluiskolonies.


Bron : KBIVB - IRBAB