Bietecysteaaltje

BIETECYSTENAALTJE

Latijnse benaming : Heterodera schachtii Schmidt
Familie : Heteroderidae
Nederlandse benaming : Bietecystenaaltje; Bietecystenematode
Franse benaming : Nématode de la betterave; Nématode à kystes blancs
Engelse benaming : Beet eelworm; Beet cyst nematode
Duitse benaming : Rübennematode

Algemeen

Het bietecystenaaltje komt voor in de belangrijkste bietenstreken in België en in de meeste Europese landen.
Een aaltjessoort met gele cysten (Heterodera trifolii) komt plaatselijk voor in Nederland.

Het bietecystenaaltje komt voor op alle grondsoorten, maar vooral in lichte, zandige gronden en in zeeklei.

De schade door deze aaltjes werd vroeger beschouwd als een gevolg van bodemmoeheid. In de zwaar aangetaste percelen kunnen ze opbrengstverliezen veroorzaken tot 50 %.

Symptomen

Bij sterke aantastingen door bietecystenaaltjes kunnen de bieten verwelkingsverschijnselen vertonen vanaf het 6-8-bladstadium.
Vooral bij droog, warm weer in de zomer is dit 'slapen' van de bieten het belangrijkste symptoom (Figuur 3.82.).

De hoofdwortel van een aangetaste plant ontbreekt veelal en de biet ontwikkelt abnormaal veel zijwortels en wortelharen, die bezet zijn met kleine, witte cysten. De biet krijgt een gebaard uiterlijk (Figuur 3.83.).

De symptomen verschijnen meestal pleksgewijs of in gedeelten van het aangetaste veld (Figuur 3.84.).

Levenswijze

Bietecystenaaltjes vertonen een zeer uitgesproken sexueel dimorfisme. De mannetjes zijn draadvormig en 1,5 mm lang. De wijfjes zijn kleine, witachtige, citroenvormige organismen van 0,5 tot 1 mm groot, die vasthangen aan de wortels. Bij het afrijpen veranderen ze in bruine cysten (Figuur 3.85.). Tegen het einde van het seizoen komen deze cysten los van de wortels.

Elke cyste bevat 100 tot 300 eitjes. Gedeeltelijk onder invloed van wortelafscheidingen van de waardplanten komen deze eitjes uit. Als geen waardgewas wordt verbouwd vermindert de inhoud van de cysten jaarlijks met gemiddeld 35 %. Deze cysten zijn de overlevingsvorm van de aaltjes.

Hun ontwikkeling is afhankelijk van de weersomstandigheden. In België kunnen twee tot drie generaties per jaar gevormd worden.

Aangetrokken door de wortelsappen van de waardplanten begeven de uitgekomen larven zich naar de wortels en dringen er binnen. Vervolgens doorlopen ze vier ontwikkelingsstadia.

Waardplanten zijn onder andere alle soorten bieten, spinazie, koolsoorten, radijs, koolzaad, mosterd en bladrammenas.

Voorkomen en bestrijden

Door het toepassen van een ruime vruchtopvolging kan de besmettingsgraad laag worden gehouden.

Enkel een bodemanalyse door een gespecialiseerd laboratorium laat toe een gefundeerde beslissing te nemen over phytotechnische, biologische of chemische maatregelen.


Bron : KBIVB - IRBAB