18 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Onderhavig
ontwerp van koninklijk besluit wordt U voorgelegd in uitvoering van artikel 2, ¢ 2, van de wet van 12
juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen. De
toepassing van de wet neemt een aanvang met het koninklijk besluit houdende erkenning van het schadelijk
feit, dat door zijn omvang en hevigheid, de tussenkomst van de Staat ten behoeve van de geteisterden
rechtvaardigt. De wet bepaalt eveneens dat in hetzelfde besluit de geografische uitgestrektheid
van de algemene ramp omschreven wordt. De hevige stortregens die van 13 tot 15 september 1998
grote delen van het land hebben geteisterd, hebben in vele gemeenten aanzienlijke schade veroorzaakt
in die periode en de dagen nadien en hebben onder meer aanleiding gegeven tot overstromingen ter plaatse
en elders. Volgens de eerste ramingen van de provinciegouverneurs zijn vele duizenden gezinnen
door de stortregens en overstromingen getroffen. Op basis van deze ramingen kan afgeleid worden dat het
totale schadebedrag derhalve meerdere miljarden Belgische frank zal bedragen. Gelet op het uitzonderlijk
karakter en de belangrijke schade die werd teweeggebracht, zouden de hevige stortregens als een algemene
ramp beschouwd moeten worden en rechtvaardigen zij de toepassing van de wet van 12 juli 1976 betreffende
het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen. Wij hebben
dan ook de eer U een ontwerp van koninklijk besluit voor te leggen, waarbij de voornoemde hevige stortregens
als een algemene ramp worden erkend. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van
Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van
Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS
18
SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit waarbij de hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998
gevallen zijn op het grondgebied van verschillende gemeenten als een algemene ramp worden erkend en waarbij
de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 12 juli 1976 betreffende
het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen inzonderheid op artikel
2, ¢ 1, 1° en ¢ 2; Overwegende dat hevige stortregens van 13 september tot 15 september 1998
gevallen zijn en aldus op het grondgebied van verschillende gemeenten belangrijke schade hebben veroorzaakt; Overwegende
dat het uitzonderlijk karakter van deze hevige stortregens blijkt uit de vaststellingen van het Koninklijk
Meteorologisch Instituut van België, volgens het criterium van een gebeurtenis die zich slechts gemiddeld
één maal om de 20 jaar voordoet; Overwegende dat de schade zeer belangrijk is en dat de getroffen
gebieden uitgestrekt zijn; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, de Staatssecretaris
voor Veiligheid en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten
en besluiten Wij : Artikel 1. De hevige stortregens die op 13, 14 en 15 september 1998 gevallen
zijn in verschillende gemeenten, worden beschouwd als een algemene ramp die de toepassing rechtvaardigt
van artikel 2, ¢ 1, 1°, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt
aan private goederen door natuurrampen. Art. 2. De geografische uitgestrektheid van de ramp
omvat de hieronder vermelde gemeenten : Provincie Antwerpen : Aartselaar Antwerpen Balen Berlaar Boechout Bonheiden Boom Bornem Borsbeek Brasschaat Brecht Duffel Edegem Essen Geel Grobbendonk Heist-op-den-Berg Hemiksem Herentals Herenthout Herselt Hoogstraten Hulshout Kalmthout Kapellen Kasterlee Kontich Laakdal Lier Lint Malle Mechelen Meerhout Mol Mortsel Niel Nijlen Olen Putte
Ranst Rumst Rijkevorsel Schelle Schilde Schoten Sint-Amands Sint-Katelijne-Waver Stabroek
Vorselaar Westerlo Wijnegem Willebroek Wommelgem Wuustwezel Zandhoven Zoersel Zwijndrecht Provincie
Limburg : Alken As Beringen Bilzen Bocholt Borgloon
Diepenbeek Genk Gingelom Halen Hasselt Heers Herk-de-Stad Heusden-Zolder Hoeselt
Kinrooi Kortessem Lummen Meeuwen-Gruitrode Nieuwerkerken Overpelt Riemst Sint-Truiden Tessenderlo Tongeren Voeren Wellen Zonhoven Provincie
Luik : Amel Aubel Awans Aywaille Baelen Bitsingen Beyne-Heusay Blégny Burg-Reuland Bütgenbach Chaudfontaine Comblain-au-Pont Crisnée Dalhem Dison Flémalle Fléron Geer Grâce-Hollogne Herve Jalhay Juprelle Kelmis Luik Limburg Lontzen Malmedy Neupré Olne Oerle Pepinster Plombières Soumagne Spa Sprimont Stavelot Theux Thimister Trois-Ponts Trooz Verviers Wezet Weismes Welkenraedt Provincie
Oost-Vlaanderen : Beveren Hamme Kruibeke Sint-Gillis-Waas Sint-Niklaas Stekene Temse Provincie
Vlaams Brabant : Aarschot Begijnendijk Bekkevoort Bertem Bierbeek Boortmeerbeek Boutersem Diest Geetbets Glabbeek Grimbergen Haacht Herent Hoegaarden Holsbeek Huldenberg Kapelle-op-den-Bos Keerbergen Kortenaken Kortenberg Landen Leuven Linter Londerzeel Lubbeek Machelen Oud-Heverlee Rotselaar Scherpenheuvel-Zichem Tielt-Winge Tienen Tremelo Vilvoorde Zoutleeuw Art.
3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art.
4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem betreft,
belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 18 september 1998. ALBERT Van
Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK De Staatssecretaris
voor Veiligheid, J. PEETERS