|
| Het Belgisch sportpaard (vroeger Belgisch halfbloedpaard genoemd) is de voortzetting van het paard dat vòòr Wereldoorlog II gefokt werd voor het leger en de rijkswacht. Sedert 1920 was daarvoor een vereniging opgericht, de "Vereniging ter Aanmoediging van het Legerpaard". Na de motorisering van de Belgische strijdkrachten in 1937 wijzigde de fokvereniging zijn statuten en om verder te werken als de "Maatschappij van het Belgisch Halfbloedpaard". | Foto Belgisch Sportpaard |
| Tijdens de tweede wereldoorlog stond de fokkerij
op een waakvlammetje, maar tegen de jaren '60 kende het stamboek
een geweldige heropbloei door de democratisering van de paardensport.
Elitehengsten (vaak was dat Selle Français) werden door
de fokkers aangekocht tegen groot geld. Een strenge selectie op
basis van een keuring van de nieuwe hengsten en van fokkerijprijskampen
onder toezicht en met steun van het ministerie van Landbouw bevorderden
de kwaliteit van het Belgisch sportpaard.
De jaarlijkse centrale hengstenkeuring lokt een ruim publiek
aan, waaronder veel buitenlandse kenners. De jonge hengsten, die
aanvaard worden, moeten vervolgens in de Klassieke Cyclus hun
sportkwaliteiten bewijzen. Daardoor is men erin geslaagd een chique
paard te kweken, elegant en harmonieus, op sportgebied écht
competitief - ook internationaal - maar tevens geschikt voor de
recreatieve ruiter, die geen ambities heeft in de competitie maar
wel graag in zijn vrije tijd gaat wandelen te paard. In 1992 werd de naam veranderd in "Koninklijke Vereniging Het Belgisch Sportpaard". Dit actieve stamboek telt meer dan 70 dekhengsten, 1.500 merries leveren jaarlijks ongeveer 1.000 veulens op. Het sBs telt 1.415 leden, waarvan de meerderheid in het zuiden van het land gevestigd is. |
Brassinelaan 38 1640 Sint-Genesius-Rode Tel.: 02/358.52.00 Fax: 02/358.55.38 Voorzitter: J.-A. Clerfayt Secretaris-generaal: M. Pierson Directrice: N. Borrenbergen |