DE BELGISCHE DRAVER |
| De Franse draver, die zijn oorsprong vindt in het
Normandië van vorige eeuw, is de geestelijke vader van het
Belgische drafpaard. Ook vandaag vormt Normandië nog steeds een toonaangevend gebied voor de paardenfokkerij. | Foto van de Belgische draver |
| In Normandië zag de
krachtige Anglo-Normandiër het levenslicht. Door kruising
van verschillende dergelijke halfbloeden met de Engelse Norfolk,
verkreeg men paarden die naast een hoge snelheid ook een grote
kracht bezaten. In 1836 haalde een officier van de Nationale Stoeterijen
het in zijn hoofd een vluchtwedstrijd te creëren voor de
allersnelsten van deze paarden. Dit evenement vormde meteen de
oorsprong van de draverijen of drafkoersen.
Een tak van de Normandische fokkerij ging zich specialiseren
in de produktie van dravers voor de sport. Daarbij maakte men
gebruik van volbloedhengsten. In België werden de eerste
drafkoersen omstreeks1850 in Waregem, Laken, Dilbeek en Zellik
georganiseerd. In de loop der jaren werden vele Franse en ook
enkele Amerikaanse dravershengsten ingevoerd. Spijts een eerder somber economisch klimaat, worden vandaag nog heel wat dravers gefokt. Vooral in het noorden van het land is deze fokkerij belangrijk en populair: 180 hengsten, 3.000 merries en 1.200 veulens per jaar. Op vijf renbanen (Sterrebeek, Kuurne, Oostende, Waregem en Tongeren) worden drafwedstrijden georganiseerd, een 250-tal per jaar met zowat 2.500 deelnemers. Het grootste deel van deze koersen zijn aangespannen wedstrijden, de bereden drafwedstrijden blijven eerder zeldzaam. Het hoogtepunt van het jaar vindt plaats in Sterrebeek de dag van "Mardi-Gras" (Vastenavond). Daarmee wordt het winterseizoen afgesloten. Een perfect evenwicht is de essentiële kwaliteit van een draver op hoog niveau. Hoe beter dat evenwicht ontwikkeld is, hoe minder kans er bestaat dat het paard tijdens de ren uit draf in galop overgaat. Deze fout leidt automatisch tot uitsluiting. |