In het leger werden ze zowel als trekdieren gebruikt als onder
het zadel. In de 17de eeuw reeds benutte de Franse maarschalk
de Turenne ze voor de cavalerie. De Ardenner trekpaarden waren
zo sterk, dat alleen zij de oorlog van Napoleon tegen Rusland
overleefden. Nadien werden ze veel gebruikt voor het bosbeheer
en de bosexploitatie in de Ardennen, voor het transport, voor
de postkoets en in het leger om de kanonnen voort te trekken.
Het huis Mathieu in Bastenaken specialiseerde zich in de productie
van het Ardenner trekpaard. Spirou, de parel van dit huis, werd
in 1900 in Parijs internationaal kampioen van de lichte trekpaardenhengsten.
Sedert 1926 werd het Ardenner Trekpaard een afzonderlijk stamboek,
weg onder de vleugels van de Koninklijke Maatschappij Het Belgisch
Trekpaard. Inmiddels was de Ardenner wel zwaarder van bouw geworden
door kruisingen met kolossale hengsten uit Vlaanderen.
Thans wordt de Ardenner nog altijd ingezet om in bossen bomen
weg te slepen. Jaarlijks worden een 200 veulens ingeschreven.
In de provincies Luik, Luxemburg en Namen worden veulen-, merrie-
en hengstenprijskampen georganiseerd. Tijdens het laatste weekeinde
van juli is het Ardenner trekpaard de blikvanger numer één
van de landbouwfoor van Libramont. 300 paarden nemen er dan deel
aan de trekproeven en aan de menwedstrijden, die meer en meer
in de belangstelling komen en uitermate gunstig werken om de fokkerij
van de Ardenner te promoten.